INSTITUTO
CERVANTES
BENELUX
ENGLAND
AND WALES
Opleiding en Training, Werving en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed
N.J. VAN
DER HEYDEN NOTICES HISTORIQUES ET GÉNÉALOGIQUES
SUR LES NOBLES ET ANCIENNES MAISONS VAN DER HEYDEN, DITE DE LA
BRUYÈRE
VERTALING UIT HET FRANS
DOOR J.L.
VAN DER HEYDEN.
Inleiding. Gezien mijn
betrokkenheid als Van der Heijden heb ik de in het oorspronkelijke
Franstalige boek gebezigde onpersoonlijke vorm gepersonaliseerd
door zoveel mogelijk te spreken over 'onze familie, 'ons geslacht',
'ons huis', etc. Ik ben ook zo vrij geweest de Franstalige voornamen
in hedendaagse Nederlandse of Latijnse namen te vertalen, afhankelijk
van hun Germaanse of Latijnse herkomst.Vervolgens heb ik getracht
de oorspronkelijke inhoud van de Franstalige tekst zo begrijpelijk
mogelijk over te brengen. Van de Franstalige tak 'de la Bruyère'
heb ik de Franstalige doopnamen aangehouden. Van een aantal familieleden
is de voornaam niet meer te achterhalen geweest. Hun voornamen
worden aangeduid met 'N.' Ik ben ook zo vrij geweest ten behoeve
van de herkenbaarheid de in België gangbare vorm "Van"
en "Van der" om te zetten in "van" en "van
der". Johannes L. van der
Heyden, dite Jean Lambert de la Bruyère.
Tot de oudste
adellijke huizen van Vlaanderen rekent men het Huis van der Heyden, ook de
la Bruyère of la Bruièr genoemd. Hun wapen vertoont hermelijnen, op het wapenschild
leeuwen in een gouden strook,op het zilveren hoofdstuk drie merletten.
De familie is huwelijken aangegaan met de meest vooraanstaande
huizen van België, Nederland en Duitsland. Zij heeft zich
in verschillende takken verdeeld, die alle voorname echtelijke
verbintenissen zijn aangegaan, onder andere met de families van
de Limburgse graven en baronnen van BELDERBUSCH.. De naam van onze familie is en wordt op verschillende
manieren geschreven. In Vlaanderen ziet men bijna altijd van
der Heyden, genoemd de la Bruyère of la Bruièr
. Soms schreven dezelfde personen de la Bruyère, dite
van der Heyden. In Brabant schreef men van der Heyden,
terwijl men zich in het Franstalige Vlaanderen en in de Waalse
gebieden bediende van de achternaam de la Bruyère
. In Nederland veranderde men de letter Y in I,
in het woord Heyden en de leden van de familie die de kerkelijke
status hadden aangenomen schreven meestal Heydanus. In
Duitsland werd onze naam gespeld naar de taal van de provincie
waarin wij gevestigd waren. Het bezittelijk voornaamwoord van
werd getransformeerd naar von. De naam werd in het gebied
van de Nederrijn geschreven als Von Heyden of Von der
Heyden, in Oostenrijk Von Heyden, Hayden, die Haydtn,
in Neurenberg, waar wij patriciërs waren, Hayden, in
Bohemen de Heyden, in Zwitserland Hayd, in Pommeren
de Heiden, in Frankenland Hayden, die Heiden en
Haidten, etc. Volgens nog bestaande oorkondes, die in de
archieven van Beveren (land Waes) berusten, is de naam afkomstig
uit Ierland, waar zij vanaf onheuglijke tijden deel uitmaakte
van de heersende adel. Volgens die oorkondes zijn wij naar België
gekomen in de tijd van de Primarissen. Ons huis heeft de eeuwen door een zeer vooraanstaande
positie binnen de adel ingenomen. Zo
hebben Van der Heydens posten ingenomen als Drossaard van Brabant,
Amman van Brussel, Wethouder en Raadslid van Leuven, Burgemeester
van interne en externe zaken van Antwerpen, zo ook als Wethouder,
Raadslid, Penningmeester en Ontvanger van deze stad. Het geslacht
heeft ook magistraten geleverd aan Malines, Gent, Oudenaarde,
Luik, etc. Men treft de Van der Heydens ook aan onder de edele
vasallen tijdens de regeerperiodes van de Hertogen en Hertoginnen
van Brabant en onder de Ridders van Verdienste, die beroemd zijn
geworden door hun stoutmoedige heldendaden, hetgeen men kan opmaken
uit het grootste deel van de heraldische literatuur. Om een idee
te geven van de ongelijkheid in schrijfwijze citeer ik slechts
een huwelijkscontract waaronder drie handtekeningen staan: Van
der Heyden, Heydens en Van der Heyd, met een groot
merkteken of paraaf tussen Van der en Heyd. De handtekeningen
waren van drie Duitse neven, die alle de voornaam Willem droegen.
Verschillende wetenschappelijke schrijvers spreken over verschillende
huwelijken van de van der Heydens met verschillende beroemde
huizen, waaronder: Antonius van der Heyden, zoon van Johannes,
getrouwd met Adrienne van der Burgh, dochter van Hendricus;
Bernardus van der Heyden, gehuwd met Mathilde van der
Capellen, dochter van Johannes; Dymphe van der Heyden,
dochter van Cornelis, getrouwd met Cornelis van der Dussen,
weduwe van Margriet van Veen. Zij hebben aan twee kinderen
het leven geschonken. Arnold van der Heyden, Drossaard van Schuylenburg,
echtgenoot van Wendelina
Canis, dochter van Jacob, Raadsheer van Karel, Hertog van
Lotharingen, Baljuw van Verdun, Landvoogd van het kasteel
in Magiesme, voogd van de vier kinderen van de Hertog; Ambassadeur
van Lodewijk, Bisschop en Graaf van Verdun, verschillende keren
gekozen tot Burgemeester van het Land van Gelder in Nijmegen,
zijn geboortestad, en van Wendelina van Rymsdyck. Uit dit
huwelijk is een zoon voortgekomen, Everardus van der Heyden, Ontvanger Generaal van Gelre, gehuwd met Catharina de Krebber, waaruit zeven kinderen zijn voortgekomen: 1e Arnold,
2e Nicolaas,
3e Gijsbert van der Heyden, Ontvanger Generaal
van Gelre, Heer van Langenveld, getrouwd met Agnes-Mathilde Bex, en daarna met Geertruidt Rengers, 4e Hendrik,
prior van Mariënzande, 5e Jan van der Heyden,
Drossaard van Montfoort, gehuwd met Clara Kockx. 6e Gerardus van der Heyden,
na de dood van zijn broer Drossaard van Montfoort, en 7e Clara van der Heyden..
N. van der Heyden, uit Antwerpen, gehuwd met Willem
van Boschhuizen, zoon van Jan en N. Tourneur, heeft
een zoon voortgebracht, Jan van Boschhuizen, die nog leefde
in 1526 en getrouwd was met Anna van Cronenburg. Zij kregen
vier kinderen. Geertruidt van der Heyden, dochter van Gijsbert
en van Janneke de Crebber, getrouwd met Coenraad van
Dedem, heeft zeven kinderen aan het nageslacht nagelaten.
Zij zijn verheven tot de waardigheid van de Ridders van het Graafschap
Bentheim, de Ridders van het kwartier De Veluwe en van daaruit
tot gedeputeerden van Drenthe en van de Ridderschap van Overijssel.
Zij hebben een luitenant generaal aan de Staat der Verenigde Provinciën
geleverd, een gouverneur van Bergen op Zoom, een president van
het Hooggerechtshof, een Stadhouder van het leengoed Provincie
Overijssel, verschillende Burgemeesters van de steden Harderwijk
en Zwolle. Ook hebben zij de adellijke kapittels van Zwartewater
en Weerselo in Overijssel gesticht, de edele abdij van Witmersche
in het Graafschap Bentheim en het edele kapittel van Borsel in
het bisdom Osnabruggen. De leden van deze familietak zijn huwelijken
aangegaan met leden van de huizen van Besten, van Munster,
Moerbeke, Swaafken toe Rande, van Haarfolte, Yrst, van Speulde,
van Voorst, van Beinheim-van den Appelenburg, Keye, van Wynberghen,
Terbruggen, Copier-van Cuilenberg, van Echten, van Delen, Zuylen-van
Nievelt, Heeck, van Sigars ter Borch, etc. Heer Reinoud Adriaan
Willem Karel van Heyden, Heer van Ravenstein, Kanunnik
van Sint Jan, Raadsheer van de Staten van Utrecht, bewindvoerder
van de admiraliteit van Noord-Holland alsmede van de Kamer Generaal
van de Graven, etc. Hij trouwt in 175- met Maria Constantina van
Berck, geboren in 1740, dochter van Jacobus, Senator, Wethouder
en Burgemeester van de Stad Utrecht en Jonkvrouw Adelina Maria
van Asch van Wyck. Franciscus Eduardus Antonius de Heyden,
zwaardridder in de Raad van Luxemburg en gedeputeerde van de Adelstand
van dezelfde provincie, werd in de adelstand verheven in brieven
van 18 april 1731. Hij was Heer van Stoltzenbourg, Neder-Weis
en Prüm sûr Roche, in 1743 Ridder Rechtshandhaver van
de Zetel der Edelen van de oude Ridderschap van de provincie Luxemburg
en hoofd van genoemde Zetel. Adjunct-President van de Provinciale
Raad van dezelfde provincie. Hij verkreeg continuïteit en
bevestiging door de titel van Baron en een hertogskroon, in brieven
van 2 november 1743. Hij stierf in Luxemburg aan een beroerte
op 21 januari 1745, op 62-jarige leeftijd, in de functie van President
van de Raad van Luxemburg. Anna Francisca van der Heyden,
gehuwd met Petrus de Rénialme, genoemd de Cordes,
secretaris van het college van persoonlijke raadsfunctionarissen
van de koning in Brussel, overleden in 1691, zoon van Johannes
Carolus de Rénialme, Heer van Wichelen, Cherchamp,
Reeth en Waerloos (die van 1607 tot 1615 de namen en wapens van
de Familie Cordes aanneemt, naar Johannes de Cordes, zijn
oom van moederszijde), en van Elisabeth van der Dilft. Anne
van der Heyden, dochter van de griffier van Assche (of
Assen?), echtgenote van Jacobus de Pipenoy, kandidaat rechten,
advocaat van de Raad van Brabant en wethouder van de Stad Brussel
in 1681. N. van der Heyden, gehuwd met de Heer Franciscus
Albertus van der Haghen, zoon van Franciscus van der
Haghen, Raadsheer en Commies der Domeinen en Financiën
van Zijne Majesteit, en van Eustochium Theodora Paulina de Vos-van Steenwyck. Heer Michel van der Heyden, Ridder,
Burgemeester van externe zaken van de Stad Antwerpen, in 1546,
sticht hij in deze stad in het jaar 1562 het Hospitium 7 bloedstortingen
ten behoeve van zeven oude dames. Mathilde de Heyden, Vrouwe
vanVan der Heyden, trouwt met Hendrik van Gronsveld,
Heer van Gronsveld, zoon van Johannes en Margriet van Mérode.
Hun dochter Catharina van Gronsveld trouwde met Johannes d'Argenteau.
Johannes de Heyd, in Condroz (dela Heyd, genoemd delle
Heyd), was getrouwd met N. de Chantemerle. Macairevan
der Heyden., of de la Heyd, Ridder, Heer van Heyd,
in Condroz, heeft een toren laten bouwen met de naam de la Heyd.
Hij werd later Heer van Flemal. Hij volgde de Graaf van Looz over
zee, waarop die graaf als tegenprestatie voor zijn goede diensten
hem zijn wapens verstrekte. Hij trouwde met N. Jongedame van
de Graaf van Hozémont, met wie hij verscheidene kinderen
kreeg. Hij had een broer met de naam Johannes de la Heyd, in
Condroz, genoemd delle Heyd, getrouwd met de dochter van
Raes of Erasmus de Dammartin de Warfusée (zie de
miroir des nobles de Hesbaye, door de Hemricourt). Aangezien
nog niet duidelijk is of de tak die eertijds in Condroz bestond
geparenteerd is aan die der Van der Heyden, de la Bruyère
genoemd, zal ik hen een genealogisch fragment toekennen van
deze familie onder de letter A, na die van de la Bruyère,
evenals het geval is met een tak met de naam Van der Heyden
à Blisia, die ik zal vermelden onder de letter B van
de fragmenten. Jean de la Bruyère, een beroemd schrijver,
auteur van: les caractères de la Bruyère,
hij stamde in directe lijn af af van Godfried de la Bruyère,
Ridder, die Godfried van Bouillon vergezelde naar het Heilige
Land, en die onder de meest befaamde ridders van Frankrijk is
gerangschikt. Nicolaas dictus Bruyère heeft de statuten
opgesteld ten behoeve van de stichting van de kapel van Maria
Lichtmis in de kerk van Itteren in het jaar 1335, opgericht door
Heer Steven III van Itteren en diens broer Heer Gillis van
Itteren, le Clerc genoemd. In de Histoire de Bruxelles,
p. 281, deel I, treft men een Johannes van der Heyden tussen
de zestien heren die verantwoordelijk waren voor de supervisie
over de financiën bij de wegenaanleg, publieke werken en
fortificaties. Hij is in functie van 1477 tot 1480. Een kroniek
uit die tijd legt een schitterend getuigenis af over zijn goede
beheer. Pagina 462 vermeldt Hiëronymus van der Heyden
als lid van het comité voor de controle op de fortificaties
ten tijde van Don
Juan. Reinier van der Heyden,
schilder, wordt beschouwd als een van de vaardigste meesters van
de 15de eeuw en het begin van de 16de eeuw. Hij sterft in 1529.
De Graaf de Heyden, admiraal van de Russische vloot, heeft
bij de Slag van Navarino de Engelse vloot gered. Persoonlijke
toevoeging No 19. Prod. In de Ehstlandsche Evengelisch-Luthersche
Consistorie, den 9den Januarij 1851. Extract uit het Domkerkboek
van het jaar 1850 No. L 203 van het contract: In het jaar Een
duizend Acht honderd en vijftig (op den vierden October)
des middags ten één uder stierf te Reval, zijne
Doorluchtighen, de Krijgs Gouverneur van Reval, de oudste Admiraal
der Russische Keizerlijke Vloot, Ridder der St. Alexander Newsky,
der witte adelaarsorde, der St. Fransorder 1e Klasse, der St.
Wladimir-Orde 1e Klasse, der St. George-orde, Grootkruis der Engelsche
Bath-orde, der Hollandsche Willemsorde, der Zweedsche Zwaardorde,
der Grieksche Verlossers-orde, de Graaf Lodewijk I van Heyden.
Hij is geboren te 's Hage, stierf aan eene lange teering in de
ouderdom van Acht en Zeventig jaren, nalatende een weduwe en kinderen.
Hij werd met al de hem verschuldigde Eergier den 8en October,
op de verjaardag der Slag van Navarino, in de Ridder- en Domkerk
bijgezet. Op den 9en October, dewijl geen Gereformeerd Predikant
te Reval is, door den ondergeteekenden Kerkelijk ingezegend en
daarna op het Kerkhof te Zierxks Kappel ter aarde besteld. Nog
bemerk ik dat de uitgelatene dag van het overlijden (de vierde
October) door mij zelve is overgeschreven. Sub Sede pastorale,
Reval den 9en January 1851. (geteekend) Ds. Ghristian Rein. Esthlandsche
Generaal Superintendent HoofdPredikant by de Ridder-Domkerk te
Reval. Livine van der Heyden, gehuwd met Hendrik van
Etten, van wie een zoon Hendrik, trouwde met Margriet van
Etten, Vrouwe van Westmeerbeeck. Margriet van der Heyden,
echtgenote van N. van Adeghem, hun dochter Margriet trouwde
met Wilhelmus Kerreman le Jeune. Ursule van der Heyden,
gehuwd met Arnoldus Crabeels, waarvan Michel, echtgenoot
van Madeleine Heymans. Hun zoon Carolus Ignatius gehuwd
met Marie Bax, hun zoon Johannes Arnoldus trouwt met Anna
Theresia Rosalia Antheunis, die het leven schenken aan
Urbanus Franciscus Crabeels, Drossaard van Aarschot, gehuwd
met Dorothea Henrica Jacobs, Vrouwe van de Baronie van
Corbeke aan de overzijde van de Dyle. Adriaan van der Heyden,
gehuwd met Johanna 't Seraerts, Haenkenshooft genoemd,
dochter van Johannes, Heer van Ramelo, etc. en van Agnes van Halmale,
dochter van Michel en Catharina Ruychrock-van de Werve. Catharina
van der Heyden, echtgenote van Michel, Heer van Ophem
en Crainhem. Zij hebben het leven geschonken aan Michel van Ophem,
die in Laeken in het huwelijk is getreden met Margriet de Leeuw,
de Cautere genoemd. Hiervan: 1e Philips van Ophem getrouwd
met Maria van Heetvelde; en 2e Carolus van Ophem,
gehuwd met Barbe Bernardo. Hun zoon Carel van Ophem,
Ridder, Heer van Hoog en Laag Humbeke en van het Vrijgraafschap
Lutter, trouwt met Elisabeth Vits, waaruit Maria Elisabeth
is geboren, enige dochter en erfgenaam, die trouwt met Pablo Melchor
de Villegas, baron van Hovorst, Heer van Bouchaut, van
Werster, van Voorschooten (aliis), Viersel, van het Vrijgraafschap
Lutter, etc., Raadsheer en Commies van Financiën van Zijne Majesteit.
Margriet van der Heyden van Campenhout, getrouwd met Josse
de Plaines, Heer van Quaribbe en van Ter Bruggen, waarvan
nageslacht. Mijnheer Johannes Baptistus Carolus van der Heyden,
raadsheer van de koning, erfelijk schatheer generaal van Doornik,
gehuwd met Jonkvrouwe Louisa Josefa Présin. Nicolaas
van der Heyden, gehuwd met Catherina van Halmale, van
wie 1e Elisabeth, gehuwd met Johannes Happaert, hun zoon
Adriaan trouwt Zegerina van Gronsdonck, waarvan het nageslacht
verscheidene magistraten aan Antwerpen heeft geleverd, etc. 2.
Wilhelmus van der Heyden, die trouwt met Maria de Bosquiel,
hun dochter Angelique van der Heyden, trouwt met Petrus
van der Noot, 'gruyer' van Brabant, in 1487, waarvan onder
anderen de kinderen Adolfus, geboren te Brussel op 3 juni 1386,
kanselier van Brabant en luitenant van het feodale hof van hetzelfde
hertogdom, doctor in de rechten, gehuwd met Philippotte van Watermael,
Vrouwe van Waudignies en Dausnoy, waarvan o.a. kinderen (met een
mooi en talrijk nageslacht) Jacomijn van der Noot, gehuwd
met Jacobus van der Heyden, Ridder, en o.a. religieuze
kinderen. Hun dochter Catherina van der Noot trouwt op
29 november 1515 met Roelof Absolons, Heer van Van der
Heyden, Raadsheer van de Raad van Brabant, waarvan een sterk goed
uitgehuwd nageslacht bestaat. Maria van der Heyden, gehuwd
met Philippus van Ursel, Heer van Aschriane, zoon van Wilhelmus
en Margaretha s' Leeuws, Concers genoemd, kleinkinderen
van Lancelot en Johanna van Corswarem, (zoon van Reinier
van Ursel, Ridder, Heer van Aschriane en van Sapientia
Velt, Rogman genoemd, waarvan de tegenwoordige Hertogen
van Ursul in stand worden gehouden door Conrad Schetz,
Baron van Hoboken, etc. die de naam en de wapens van Ursul,
naar zijn tante Barbe, dochter van Lancelot van Ursel,
Ridder, die dertien keer burgemeester van Antwerpen was en in
zijn tweede huwelijk gehuwd was met Clementina van der Heyden
) uit het huwelijk van Philippus van Ursel en Maria van
der Heyden zijn geboren Maria van Ursel, gehuwd met
Josse van Oyenbrugghe, Ridder, Heer van Oyenbrugghe, Impel
en Molendonk; en Hendricus van Ursel, gehuwd met Anne Stommelinkx,
waaruit Philippus van Ursel, Ridder, Heer van Aschriane, is
geboren, echtgenoot van Catherina van der Ee, waarvan nageslacht.
Guillaume de la Bruyère, 'ritmeester tekent met
andere edelen een 'compte rendu' (akte van overgave) aan de Graaf
van Vlaanderen in het jaar 1416. In de Monuments anciens
door de baron van St. Genois, vindt men het volgende: Pagina 280:
Verzegelde brieven met de zegels van Wenceslaus, Hertog
van Bohemen, en van Jeanne, Hertogin van Luxemburg, Brabant, etc.
Hendrik van Berthout, heer van Duffel en Ghele, Hendrik
van Bautersheim, heer van Bergen op Zoom; Johannes van
Polen, heer van Lecke en Breda;
Gerardus van der Heyden, Drossaard van Brabant, heer van
Bautersheim, etc. aan wie de Hertog en Hertogin van Brabant ten
behoeve van de Graaf van Henegouwen het oordeel toevertrouwen
over de meningsverschillen die zij hadden met de graaf van Vlaanderen.
Pagina 966. Kwitantie in het Frans en op perkament, verzegeld
met het zegel in bruine was van Godfried, Heer de le Heide,
Ridder, door hem verstrekt aan Wilhelmus, graaf van Namen, aangaande
al hetgeen die graaf hem schuldig zou kunnen zijn en dat in aanmerking
nemende aangaande het leen van 60 stukken grond, welke die graaf
hem had toegekend in zijn bossen van Namen, met het recht dat
leen terug te kopen tegen betaling van 600 florijnen uit Florence,
welke som genoemde heer de la Heide verplicht zou zijn
te gebruiken als erfelijke aankoop, om het als leengoed van de
graaf van Namen te onderhouden, te Namen de 4e mei 1356. Pagina
994 en 95. Kwitantie in het Frans en op perkament, verzegeld met
het zegel van de comte de Namur, waarmee de graaf zich
verplicht hem 600 pond niet leenplichtige achterstallige rente
te verstrekken, dat hij hem die 600 ponden moest betalen, waarbij
genoemde dele Heyden de grond moest beheren door het als
leen van de graaf te houden, te Namen de 4e mei 1356. Kwitantie
in het Frans en op perkament, verzegeld met stempel, in groene
was door Godfried Sire de le Heyden, ridder, waarop door
hem de som van 600 ponden wordt versrekt, zoals vermeld in het
voornoemde artikel, welke som hij had ontvangen van de graaf van
Namen op 10 april 1360. De
voornaamste adellijke kapittels hebben in hun schoot leden uit
ons huis geteld, zij heeft onder andere Johannes
van der Heyden geleverd,
rector magnificus van de universiteit van Leuven, in het jaar
van haar eerste jubileum. Petrus
van der Heyden, de Thymée genoemd,
kanunnik van het illustere kapittel van de Heilige Redder van
de Cisterciënzer orde, te Antwerpen, was juridisch raadsheer,
penningmeester en kanunnik van Sint Goedele te Brussel en oefende
in deze stad het beroep van advocaat uit gedurende ongeveer 58
jaar; men heeft van hem de Cronicum Brabantiae, Martyrologie,
hij stierf in 1473 in de leeftijd van 80 jaar. Henricus
van der Heyden, levenslang prior van het ilustere kapittel
van de Heilige Salvator te Antwerpen, werd abt in Villers in 1610
en stierf in 1649. Henricus van der Heyden, uit Leuven,
medicus van de stad Gent, was bekwaam in zijn beroep en stevig
bezongen in de literatuur. Josephus van der Heyden, uit
Kalmthout, regio Antwerpen; onderwijst de jeugd in het college
van het kasteel in Leuven na hier de titel meester in kunsten
te hebben verkregen, vervolgens werd hij rector van het College
van Hasselt, in de regio Luik. Tenslotte zou ik gemakkelijk een
massa verbintenissen en andere feiten kunnen aangeven, alswel
auteurs aangeven die in verschillende werken over de adeldom van
de familie en over de voorname positie dat dit oude huis gedurende
alle tijden heeft ingenomen, maar aangezien het slechts de bedoeling
is de afstamming aan te geven van de familie die ons bezighoudt
zal ik beginnen met Heer
Gillis van der Heyden, van wie de afstammelingen tot
aan onze dagen bekend zijn.
I. Heer
Gillis van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder,
trouwt in 1306 Vrouwe
Marguérite van der Hamayde, genoemd d'Auvaing, en had
als wapen drie gouden ameiden met dekkleden; uit dit huwelijk:
1e Johannes
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, amman
van Brussel, geboren 1333 en 2e Heer Gerard
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, benoemd
tot amman en burger van Brussel in 1339, volgt II, in eerste echt
verbonden met Berthe
van Duvenvoorde, Vrouwe van Bautersem, overleden zonder nalating
van kinderen; zij was een dochter van Willem van Duvenvoorde,
baron van Bautersem, heer van Oosterhout, etc., die als wapen
droeg: op zilver drie halve manen van sabel (zwart) overtopt met
een staf met dekkleden, gelegd in een band, wettelijk verstrekt
door de Hertogen van Brabant.
II. Heer
Gerard van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder,
Heer van Bautersem, een van de chefs van het leger tijdens de
slag van Bastwiller, voor het kwartier van Brabant; drossaard
of hofmaarschalk van Brabant (1), die van zijn eerste vrouw Vrouwe
Barbe van der Donct, met als wapen gouden dekkleden van zes
delen, boven het geheel een zilveren ketting, Jacobus III kreeg
(alias Alexander). (1) Het ambt van drossaard van Brabant werd
slechts toevertrouwd aan mannen uit de allerhoogste kringen; zij
hadden toegang tot de gouverneur-generaal, zij waren officieren
van de Hertog en voerden in de oorlog het leger onder hun eigen
banieren aan.
III. Heer
Jacobus van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder,
trouwt in 1386 Vrouwe
Catherina van der Moten of 'de la Mote', uit een voorname
familie uit Oudenaarde, wapen: op zilver drie hameiden van sabel
(2), dochter van EGIDIUS van der Moten, stalmeester; en van vrouwe Waldrude
Van den Kerkhove, genoemd van der Varent, vrouwe van Hofdriesch,
Terleyen, Cruyshaghe, etc. met als wapens: gevierendeeld in het
eerste en vierde kwartier, op zilver vijf op stroken gelegde ruiten
van sabel, in het tweede en derde kwartier van sabel op het zilveren
hoofdschild een lelie aan de voet gedekt met leeuwebekken (3).
Uit dit huwelijk is geboren: (2) Vrouwe Catharina van der Moten
heeft een broer gehad N. van der Moten of 'de la Mote', stalmeester,
echtgenoot van jonkvrouwe Van de Vivere (zie het genealogisch
fragment van de familie Van der Moten bij de letter D. (3) Vrouwe
Waldrude Van den Kerkhove, genoemd Van der Varent, was een dochter
van Arnout, heer van Haspencourt, Hofdriesch, Terleyen, Cruyshaghe,
etc. en van vrouwe Johanna van Schoorisse met wapen: dekkleden
op een gouden schild met een blauwe gekantelde V; tweede zoon
van Goesart Van Kerchove, genoemd Van Varent, heer van Tervarent,
Haspencourt, etc. edelman, stalmeester-"pannetier" van
Guido graaf van Vlaanderen en van Isabel, diens vrouw, gravin
van Namen; graaf Guido staat hem toe de wapens van zijn moeder
te dragen, die van sabel waren op een zilveren hoofdschild, maar
als onderscheiding een door leeuwebekken doorsneden lelie aan
te brengen; in 1294 getrouwd met Jeanne van Blois, met als wapen:
leeuwebekken met drie wit en blauw gespikkelde staven op het gouden
hartschild, dochter van Collaert, ridder, heer van Camarage en
van vrouwe Anne van Pamele, dochter van Arnulphues, heer van Maercke
(afstammeling van het zeer voorname huis van de baronnen van Pamele
in Oudenaarde), oudere zoon van Jan van Kerchove, genoemd Van
Varent, ridder, zilveren met vijf zwarte, op een band aangebrachte,
ruiten wapen heer van Kerchove, Tervarent, Haspencourt, etc.,
edelman van horen zegggen en stalmeester-"pannetier"
van Margarita van Constantinopel, gravin van Vlaanderen en Henegouwen;
deze huwt in 1260 Isabel van Gent-Vilain, dochter van Heer Gaultier,
heer van Sint Janssteen, wapen: "de sable au chef d'argent"
(van het zeer voorname en machtige huis van de graven van Gent,
een van de oudste en meest adellijke families van Europa, die,
in de dertiende eeuw de bijnaam 'Vilain' (Gemeen) heeft aangenomen,
en die, volgens een rapportage van l'Espinoy, zes graven van Gent
heeft voortgebracht., acht graven van Aalst en veertien kasteelheren
van Gent), (*) zoon van Goesart Van Kerchove, genoemd Van Varent,
stalmeester, heer van Kerchove, Tervarent, etc. gehuwd in 1226
met Elisabeth Rollin, wapen: "d'azur à trois jumelles
d'or", dochter van de heer van Vorst; hij was een zoon van
Robert van Kerchove, genoemd Van Varent, stalmeester, heer van
Kerchove, Tervarent, etc., die in 1192 trouwt met Haleweyne van
Metteneye, dochter van de heer van Messem, wapen: dekkleden op
een zilveren schild vergezeld van drie gouden kastelen, zus van
de heer van Messem; Robert van Kerchove was een ouder zoon van
Robert (alias Jan) van Kerchove, genoemd Tervarent, ridder, gehuwd
met vrouwe Margaretha van Clessenaere, vrouwe van Wes, wapen:
"de sable à la croix d'argent"; zoon van Robert,
heer van Kerchove, Tervarent, etc., stalmeester, die in 1140 trouwt
met Mathilde van Rubroec; met wapen: zilver "à la
face" dekkleden (Ruysbroeck); hij was een zoon van Hugo,
heer van Kerchof, Tervarent, Nieukerke, Altere en Quaresmont,
ridder, gehuwd met Agnes (dochter van Gerard, heer van Ninove,
wapen: "d'or à l'aigle éployé de sable,"
getongd en "lampassé de gueules", "connétable"
van Vlaanderen en van N. dochter van de heer van Peteghem), zoon
van Robert of Sigebert, heer van Kerchof, stalmeester die trouwt
met zijn verwante Jutte van Kerchof, wapen: "d'argent à
trois coeurs percés de" leeuwebekke, zoon van Arnout,
heer van kerchof, zoon van Humbert, hij trouwt met Bertille van
Brugge, genoemd de la Gruythuys, met wapen: "écartelé"
in het eerste en vierde kwartier, "d'or à la croix
de sable", in het tweede en derde kwartier dekkleden op een
zilveren "sautoir". Deze familie van Kerchove, afkomstig
uit Franconië, is in Vlaanderen komen wonen na de troonsafstand
van Karel 'le gros', en heette aanvankelijk ab Atrio (Atrium);
deze familie heeft haar naam gegeven aan de gemeenschap van Kerchove
(dicht bij Oudenaarde), eerder 't Voldersvelt genoemd.
IV. Heer
Wilhelmus van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder,
stalmeester-'panetier' van de graaf van Vlaanderen, huwt in 1416
in eerste echt Clara
van Matere, overleden zonder kinderen; en in tweede echt,
in 1420, met Margaretha van der Elst, en had als wapens: van sabel
met drie zilveren balken (van een adellijke familie uit Antwerpen),
zij was dochter van de burgemeester van externe en interne zaken
van deze stad; van deze familie treft men leden aan onder de markgraven
van Antwerpen en adellijke vassallen onder de regeringen van de
graven en gravinnens van Brabant; uit deze echtverbintenis zijn
geboren: 1e Josse van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
ridder, gehuwd met Yde van Rechem, met wapen "d'argent au
chevron de sable, à la bordure engrelée de mème",
overleden zonder nageslacht; laatstgenoemde had een broer met
de naam Wautier van Rechem, kapitein van de stad Oudenaarde; en
2e Wilhelmus
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, wethouder
van de stad Antwerpen in de jaren 1454, 55, 56, 57, 59, 61, 63,
67, 68, 69, 70, 77, 81, 82 en 84, eerste burgemeester in 1460
en burgemeester van interne zaken in 1458, 62 en 64; hij trouwt
in 1459 met Johanna
van Cordes, genoemd de Watripont; wapens: van goud twee leeuwen
"adossés" met dekkleden, de staarten "passés
en sautoir", getongd, gewapend en "lampassés
d'azur", dochter van Jean en Jeanne le Becque, wapen: zilver
met drie hameiden van dekkleden, kleindochter van Gillis des Cordes,
genoemd de Quesné, gehuwd met Jeanne du Gardin (zie letter
E van de fragmenten de genealogie m.b.t. deze familie), met wie
hij geprocureerd heeft: (*) Gualthier of Gauthier van Gent, genoemd
Vilain, heer van Sint Janssteen en Bemmers, was gehuwd met vouwe
N. van Avezoete, hij was een zoon van Hugo, kasteelheer van Gent,
heer van Sint Janssteen, Bronhem en Houdain, gehuwd met Ode van
Champagne of van Chanlite, afkomstig van de graven van Champagne,
kleinzoon van Siger II, genoemd de goede kasteelheer van Gent,
heer van Bornhem, Sint Janssteen en Houdain, gehuwd met vrouwe
Beatrix van Houdain; achterkleinzoon van Siger I van Gent en Guines,
kasteelheer van Gent en Bornhem, gehuwd met Petronille, dochter
van Roger, kasteelheer van Courtray, zoon van Arnout, kasteelheer
van Gent en graaf van Guines, zijn vrouw was Mathilde, dochter
van de kasteelheer van St. Omer. Arnould was een zoon van Wennemar,
kasteelheer van Gent, heer van Bornhem, etc. die vóór
1101 een klooster voor reguliere kanunniken sticht, ter nagedachtenis
aan Ludgarde, zijn eerste vrouw, overleden zonder kinderen, en
in tweede echt gehuwd met Gillettes van Guines, dochter van graaf
Boudewijn. Wennemar was een zoon van Lambertus
II en van Mathilde, dochter van Wilhelmus,
kasteelheer van St.-Omer, kleinzoon van Folcard, kasteelheer van
Gent en Landrade, dochter van Balderic, graaf van Leuven, achterkleinzoon
van lambertus, eveneens kasteelheer van Gent, die op zijn beurt
een zoon was van Theoderic II, gaar fan het kasteel van Gent en
van N. dochter van de graaf van Luzignan, kleinzoon van Arnout,
graaf van het kasteel van Gent, die in 977 aan de Sint Pietersabdij
van Gent het dorp Keyem, dicht bij Dixmude,
schenkt, en van Hildegonde, dochter van Theoderic III, graaf van
Holland. Theoderic I was een zoon van Wichmanus; een afstammeling
van het oude huis van Saksen (dat is gevestigd door Keizer Otto
I, bijgenaamd de Grote), graaf van het kasteel van Gent, dat hij
in 949 heeft laten bouwen en waarvoor hij als domein vier steden
annexeert met hun dépendances, te weten: Bocholt, Assenede, Axel
en Hulst, met het gehele Land van Waes, het graafschap Alost (Aalst?),
de heerlijkheid Bornhem en Termonde, deze overdracht is bevestigd
door Arnould de oude of de kale, graaf van Vlaanderen, die hem
bovendien zijn dochter Luitgarde ter huwelijk aanbiedt. Arnould
de oude of de kale, graaf van Vlaanderen, keizer van Duitsland,
gehuwd met mevrouw Aleyt, dochter van Herbert, graaf van Vermandois,
was een zoon van Boudewijn, genoemd de kale, graaf van Vlaanderen
en van mevrouw Elstrede (dochter van Elfride, koning van Engeland),
welke een zoon was van Boudewijn, "forestier" van Vlaanderen,
prins van Bucq, graaf van Harlebeque, aan wie keizer Lodewijk,
bijgenaamd de Vrome, als beloning voor zijn diensten en goed beheer,
het land Thérouane en de graafschappen Arras en Boulogne
had gegeven; gehuwd met de dochter van Anselmus, graaf van Sint
Paul, kleinzoon van Ingelram,
"forestier" van Vlaanderen, graaf van Harlebeque, die
van Karel de Grote (opnieuw) de regering over Vlaanderen krijgt in
792. Hij had als vrouw een dame uit Duitsland, bekend onder de
naam Flandrine en waarvan gezegd wordt dat zij de dochter was
van de Hertog van Brabant; en volgens anderen, dat hij getrouwd
was geweest met Emergaert, dochter van Gerard van Rosillon, hertog
of graaf van Bourgondië. Er wordt ook gezegd dat zowel de
een als de ander zijn vrouwen zijn geweest, zonder dat men precies
kan aangeven wie de moeder van Ingelram
is geweest.
Lyderic II was een zoon
van Bossaert II, "forestier" van Vlaanderen en graaf
van Harlebeque (Aarlebeek?), etc en van Helwide (dochter van de
hertog van Lothier (Lotharingen?) en Brabant), die een zoon was
van Antonius, zoon van Lyderic I, bijgenaamd de stoutmoedige en
de winnaar, eerste "forestier" van Vlaanderen, graaf
van Harlebeque, gehuwd met mevrouw de prinses Rothilde, zus van
Dagobert, koning van
Frankrijk; deze koning gaf hem bij zijn
huwelijk de landen Artois, Vermandois, Picardie, Amiens, Nelle,
Perone, Soissons en Dyon. Lyceric, eerste "forestier"
van Vlaanderen, was een zoon van Salvaert, prins van Dyon van
het huis van Bourgondië en van vrouwe Emergaert van Rosillon,
dochter van Gerard.
1e Caspar
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder die volgt
VI dat ik u zal aanduiden als een oudere tak. 2e Wilhelmus
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, wethouder
en raadslid van Oudenaarde; hij trouwt
jonkvrouwe N. van Stoppelaere, met als wapens: "de sable
à un cornet d'argent lié et vérolé
d'or, au chef d'or au croissant dormant d'azur", kinderloos
overleden in Gent. 3e Adriaan
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, volgt
VI (na de tak die door zijn broer Caspar is gevormd), deze tak
van Adriaan zal worden beschouwd als een tak van een jonge edelman
(branche cadette). 4e Josse
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, in 1492
gehuwd met jonkvrouwe
N. Le Coq, waarvan men denkt als wapen te hebben gedragen:
"d'or au coq de sable, barbé, crêté et
lampassé de dekkleden, uit dit huwelijk zijn twee kinderen
voortgekomen, t.w. Christoffel,
die hieronder volgt, en Caspar
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, overleden zonder
getrouwd te zijn geweest.
Christoffel van der Heyden, genoemd de la Bruyère, trouwde met jonkvrouwe
Waldrude de Cromlin of de Crohin, geboortig van Bergen in
Henegouwen, met wapen: "d'azur au chevron d'or, accompagné
de trois épis de même", uit dit huwelijk:
Nicolaas van der Heyden, genoemd de la Bruyère, overleden
zonder nageslacht. Johanna
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, gehuwd met Wilhelmus
van den Heeden, stalmeester, "banderet" van Vormiselles,
wapen: gevierendeeld op het eerste en vierde kwartier van zilver
drie groene leeuwen met een gouden kroon, in het tweede en derde
kwartier drie zilveren balken op sabel (zwart), uit deze verbintenis
zijn voortgekomen: Catharina van den Heeden, die trouwt met Jacobus
Haczaert, en Johanna van den Heeden, gehuwd met Antonius Delvael,
stalmeester, met als wapen: gevierendeeld drie merletten van sabel
in het eerste en vierde kwartier van goud, in het tweede en derde
kwartier "mie" partij dekkleden op een gouden balk,
en van zilver drie lopende wolven van sabel op een lichtblauwe
achtergrond; (zie het genealogisch fragment met de letter D van
de familie van der Moten, waarin het nageslacht van Johanna
van der Heyden, echtgenote van Wilhelmus van den Heeden, uitkomt).
5e Yde
van der Heyden, genoemd de la Bruyère. 6e Johanna
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, gehuwd met Steven
van der Plancken, van wie men denkt als wapen gehad te hebben:
op blauw een gouden leeuw, gewapend, getongd, "lampassé"
en gekroond met dekkleden; uit dit huwelijk is voortgekomen Catherina
van der Plancken, gehuwd met Jan
van Heylbroeck na eerst gehuwd te zijn geweest met Jan
van Huerne met wapen: op zilver in het hart een wapenschild
van sabel, aan het hoofd drie merletten van sabel; en in tweede
echt met Jacobus van Geersdaele; de edelvrouwe genoemd Margaretha
van Heylbroeck, trouwt met N. van Audaing, baljuw van Peteghem,
dicht bij Oudenaarde en nadien met Johannes van Pernes (Perez).
7e Margaretha van der Heyden, genoemd de la Bruyère.
VI. Caspar
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, hij
trouwt op 9 januari 1500 met vrouwe
Agnes Pylons, met wapen: "de gueeules à la bande
d'or, chargée" met drie merletten van sabel, dochter
van Pieter,
ridder, en van vrouwe
Beatrix van den Kerckhove, genoemd Van der Varent, dochter
van Heer Arnout; waaruit zijn voortgekomen: 1e
Wilhelmus III van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
stalmeester, die volgt VII; 2e Johannes
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; 3e Josefus
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, gehuwd in 1541
met jonkvrouwe
Maria van Huerne, met wapen: op zilver aan het hoofd drie
merletten van sabel, in het hart een wapenschild van sabel, uitgegeven
door de oude familie Van Huerne, afkomtig uit Engeland,
van het voorname huis
van Clochester; van wie hij kreeg: Christoffel
van der Heyden, genoemd de la Bruyère en Johanna
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; 4e Jacobus
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; en 5e Susanna
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, gehuwd met Franciscus
Frans alias Van la Deuze, waarvan men als wapen aanneemt:
zilver "à la face" dekkleden, verlevendigd met
goud; uit dit huwelijk zijn twee dochters voortgekomen, genoemd
Antoinette
en Amelberge
Frans, alias Van la Deuze.
VII. Wilhelmus
III van der Heyden, genoemd de la Bruyère, stalmeester,
huwt Beatrix
van den Kerckhove, genoemd Van der Varent, dochter van Heer
Gillis, ridder van Jeruzalem, heer van Litzau, overleden in
het Heilige Land, en van vrouwe
Jossine van Aubremont, vrouwe van Hazencourt, dochter van
Johannes, wapen: op sabel een zilveren lelie; uit deze verbintenis:
VIII. Wilhelmus
IV van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder,
hij trouwt met vrouwe
Georgine of Jossine Van den Heeden, dochter van Heer Wilhelmus,
"banderet"; van wie hij kreeg:
IX. Wilhelmus
V van der Heyden, genoemd de la Bruyère, gehuwd met Jossine,
barones van Landas, dochter van Heer
Arnout, baron van Landas Chin, Ramegnies, Péruwez, etc.,
en van vrouwe Jacqueline
van Henneron, dochter van Johannes, ridder, (1) (1) Heer Arnout,
baron van Landas, was een zoon van Heer Wilhelmus van Landas,
ridder, en van vrouwe Johanna Dienenche, genoemd van Lombardije,
(dochter van Heer Arnout, ridder, heer van Froyenne), kleindochter
van Heer Johannes van Landas, ridder, heer van Corbion, en van
vrouwe Jeanne de Bouteiller. De familie van Landas van heden ten
dage, is een van de voornaamste families van Europa, en zijn echte
Mortagnes, afstammend van Jean de Mortagne, die de achternaam
van Landas heeft aangenomen, baron van Landas, Boucquegnies en
Wanaing, getrouwd met zijn volle nicht, Maria van Landas, dochter
van Johannes, heer van Warlaing en van Boucharde, vrouwe van Sainghien
en van Molenthois en kleindochter van Gillis, zoon van Almeric,
heer van Landas. Johannes de Mortagne, genoemd de Landas, baron
van Landas, etc. was een zoon van Boudewijn II, de Mortagne, dertiende
en laatste kasteelheer van Doornik, als het zijne erkend door
de Heilige Amandus (door de dood van Maria van Mortagne, dochter
van Johannes XI, die getrouwd was met Jan van Brabant, heer van
Viersen, neef (oomzegger) van de Hertog van Brabant), gehuwd met
Beatrix van Landas, zijn volle nicht, dochter van Gillis en kleindochter
van Almeric X. De familie de Mortagne stamt af van enkele hoogadellijke
huizen, zoals van de families de Coucy; de Rhetel; d'Enghien;
d'Avènes; van Neelle ofwel de Nielle; van Henegouwen; etc.
uit deze verbintenis:
X. Caspar
I van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, gehuwd
met vrouwe
Maria de Jonghe, genoemd Le Jeune, dochter van Heer
Petrus-Franciscus, zoon van Heer Adrianus-Josephus, "banderet",
de laatste van het adellijke en oude geslacht de Jonghe, genoemd
Le Jeune, met wapen: acht delen van zilver en blauw, en van de
adellijke vrouwe Catharina van Braekele, met wapen dekkleden met
vier zilveren balken, dochter van Heer Bernard en vrouwe Elisabeth
van Caudenberghe, wapen" blauw met drie gouden leeuwen; begraven
bij de paters Récollet te Oudenaarde.
Uit het huwelijk van Caspar
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, met vrouwe
Maria de Jonghe zijn voortgekomen: 1e Philippine
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; 2e Ferdinand
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; 3e Daniel
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; 4e Caspar
II baron van der Heyden, genoemd de la Bruyère, volgt
XI; 5e Maria
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; 6e Jacqueline
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; 7e Eleonore
van der Heyden, genoemd de la Bruyère; en 8e Johanna
van der Heyden, genoemd de la Bruyère.
XI Caspar
Franciscus baron van der Heyden, genoemd de la Bruyère
van Maercke en Ronnen, Melden, Nukercke, Berchem, Quaremont, Zulzeke,
Etichove, Overchruchten, Kerchem, etc. (1), hij trouwt met
dispensatie in 1660 jonkvrouwe
Christina, baronesse van Landas, wapen; "d'argent émanché
de gueules à l'écusson d'or au lion de gueules,
dochter van Heer
Lodewijk van Landas, baron van Landas, Chin, Ramgnies, Pérouwez,
etc. edelman uit het huis van LL. AA. de aartshertogen, (2)
en van Anna-Catharina,
baronesse van Landas, vrouwe van Opbraekel; (3) van wie hij
een enige
dochter en erfgename kreeg, volgt XII. (1) Heer
Caspar van der Heyden, genoemd de la Bruyère woonachtig
te Melden, heeft de heerlijkheid Maercke en Ronnen tot stand gebracht,
dat uit 15 tot 16 dorpen bestond met toebehoren, in de Raad van
Vlaanderen op 9 december 1615 op verzoek van Heer Philip Frans
van Locquenghien, baron van Pamele. Het feodale hof werd verplaatst
werd verplaatst naar de gemeente Melden, een plaats in Oudenaarde,
en de vasallen werden gekozen uit de inwoners van de heerlijkheid.
(2) Lodewijk,
baron van Landas, was een zoon van Heer Filips van Landas,
ridder, heer van Montafaux, en van vrouwe Antoinette de Hennin
(dochter van Heer Maximiliaan, ridder, heer van Eutrisque), kleinzoon
van Heer Wilhelmus, baron van Landas, Chin, Ramegnies, etc., en
van vrouwe Eleonora van Langlé, dochter van Heer Gerardus,
ridder. (3) Vrouwe Anna Catharina, baronesse van Landas, was een
dochter van Heer Jacobus, baron van Landas, ridder, heer van Opbraekel,
en van vrouwe Eleonora van Herselles (dochter van Heer Johannes
van Herselles, ridder, heer van het zelfde Opbraeckel, en van
vrouwe Eleonora van Ghistelles, doichter van Heer Adriaan, ridder);
kleindochter van Heer Claudius van Landas, ridder, heer van La
Mote, la Vue, etc. en van vrouwe Johanna Damiens (dochter van
Franciscus van Bachimont, heer van Monchaux), achterkleindochter
van Wallerand van Landas, hoofd der familie, ridder, heer van
Heule, Corbion, etc. en van vrouwe Antoinette de Betincourt, dochter
van Heer Johannes, ridder, heer van la Mote, edelman van het huis van keizer Karel V.
Wallerand van Landas, was
een zoon van Heer Jacobus van Landas, heer van Corbion, en van
vrouwe Anastasia Paldinc, erfgename en vrouwe van Heule, kleinzoon
van Heer Johannes van Landas, ridder, heer van Corbion, en van
vrouwe Agnes van Wattines, dochter van Heer Johannes, ridder,
achterkleinzoon van Heer Gillis de Landas, overleden in Doornik
in 1437, en van vrouwe Johanna Bouteiller, Heer Gillis was een
zoon van Boudewijn van Landas, ridder, en van vrouwe Catharina
Johanna van Camphin.
XII. Vrouwe
Barbe-Augustina-Antoinette, baronesse van der Heyden, genoemd
de la Bruyère, de laatste van de adellijke familie,
trouwt in Oudenaarde in de parochilae Sint Walburgkerk op 19 januari
1698 met Johannes
Adrianus Alexander, baron van Bylandt (kolonel in dienst van
S.M.C.) van het adellijke huis van Holfheyde, zoon van Johannes
Henricus, vrije baron van Bylandt, en van vrouwe
Ernestina van Habaru-de Cesse, (zie bij letter C van de hiernavolgende
fragmenten), uit dit huwelijk zijn geboren: 1e Adrianus
Josephus, vrije baron van Bylandt alswel van het gebied tussen
Maercke en Ronnne, etc.; 2e Barbe
Augustina; 3e Maria
Augustina; en 4e Maria
Ernestina, vrije baronesse van Bylandt.
XIII. Heer
Adrianus Josephus, vrije baron van Bylandt, alswel van het gebied
tussen Maercke en Ronnen, heer van de parochies en heerlijkheden
Melden, Nukercke, Overcruchten, Verchem, Quaremont, Zulzeke, Etichove,
Kerchem, etc., overleden in Oudenaarde op 24 april 1767; hij
trouwde in de militaire parochie van Düsseldorff op 26 mei
1752 met vrouwe Maria
Johanna Elisabeth, baronesse van Bernelau van Schönreuth;
uit dit huwelijk zijn geboren:
XIV. 1e Heer
Lodewijk Josephus Fredericus Thadeüs, vrije baron van Bylandt,
alswel van het gebied tussen Maercke en Ronnen, heer van de parochies
en heerlijkheden Melden, Nukercke, Overcruchtenm, Bercehm, Quaremont,
Zulzeke, Etichove, Kerchem, etc., kapitein in het regiment
van Hare Hoogheid Hertogin Palatine en kamerheer aan het hof van
Zijne Hoogheid graaf Palatin; geboren in Oudenaarde op 13 april
1754; 2e Johannes
Nepomucenus Carolus Henricus, vrije baron van Bylandt, geboren
in Oudenaarde op 7 augustus 1755; 3e Maria
Theresia Francisca Christophola, geboren vrije baronesse van Bylandt
op 1 oktober 1756; 4e Carolina
Antoinette Johanna, vrije baronesse van Bylandt, geboren te
Oudenaarde op 14 februari 1758; 5e Vrouwe
Rosalie-Constance, geboren vrije baronesse van Bylandt op
3 augustus 1759; kanunnikesse van het adellijke kapittel van Sint
Geertruid in Nivelles, aangenomen op 3 januari 1779; zij trouwde
op 8 juli 1792 met Hertog
Wilhelmus Josephus Alexander van Looz-Corswaren, graaf van Looz-Niel,
weduwnaar van Maria Emmanuelle, baronesse van Aken; 6e Petrus
Carolus Augustus, vrije baron van Bylandt, geboren op 31 augustus
1760, overleden op 11 september daarop en bijgezet in Melden,
in het familiegraf. 7e Maria
Louise Francisca, vrije baronesse van Bylandt, geboren op
19 september 1762, overleden op 21 februari 1763 en bijgezet in
Melden; 9e Johanna,
vrije baronesse van Bylandt, geboren op 8 oktober 1764.
Edele tak
geformeerd door Adrianus
van der Heyden, genoemd de la Bruyère.
VI. Adrianus
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, zoon
van Wilhelmus
II, ridder, wethouder en burgemeester van de stad Antwerpen,
en van vrouwe Johanna
van Cordes, genoemd van Watripont (voortgekomen uit de adellijke
families: de le Becque, du Gardin, de Vaux, de Flernes, de Leuze,
de Pamele, van de baronnen van Ronnais, etc.) Hij trouwt in 1493
met jonkvrouwe Margaretha de Clerq ofwel s'Clercx de Quaremont,
met als wapen: "d'argent à l'écusson de gueles
à la bande d'or" met wie hij geprocureerd heeft: 1.
Jacobus I van der Heyden, genoemd de la Bruyère, die volgt
VII. 2. Wilhelmus van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
die in 1527 trouwt met Johanna van de Guchten, wapen: "de
gueules au sautoir d'argent", kinderen: a. Caspar van der
Heyden, genoemd de la Bruyère, getrouwd met Catharina Paret
(Perez); welke hebben geprocureerd: Adrianus van der Heyden,
genoemd de la Bruyère en Catharina van der Heyden, genoemd
de la Bruyère; b. Christoffel van der Heyden, genoemd de
la Bruyère, stalmeester, in 1570 getrouwd met Isabeau Thibaut
uit Ieper, wapen: "d'azur à la face d'argent, en chef
deux étoiles à six raies et en pointe un chevron
de même"; uit dit huwelijk werd een dochter geboren
Johanna van der Heyden, genoemd de la Bruyère, die trouwde
met Franciscus d'Hane, advocaat in de Raad van Vlaanderen, wapen:
"d'argent au chevron de gueules, accompagné de trois
têtes et cols de coqs de sable, barbés et crêtés
de gueules";; hieruit zijn voortgekomen: Maria d'Hane, Johanna
d'Hane en Paschasie d'Hane. Johanna d'Hane, de tweede dochter
van Franciscus d'Hane en Johanna van der Heyden, is op 23 september
1613 in de Sint Michielskerk te Gent getrouwd met Jacobus Dansaert,
ruiter, advocaat van de Raad van Vlaanderen, zoon van Jacobus,
griffier van Beveren in het land van Waes, wapen: blauw met een
zilveren streep, vergezeld van drie sterren met vijf gouden stralen
(zie bij de letter E van de fragmenten). 3. Jacqueline van der
Heyden, genoemd de la Bruyère, zij trouwt met Steven van
der Meersch, rond 1516, wapen: "d'argent à la croix
de gueules, au francanton un oiseau de sinople, becqué
et patté de gueles" .
VII. Jacobus II van der
Heyden, genoemd de la Bruyère, ridder, veertien keer wethouder
van Antwerpen van 1550 tot 1570, en eerste burgemeester van dezelfde
stad in 1566 en 1567, hij trouwt in 1528 met jonkvrouwe Johanna
de Maulde en draagt als wapen: "d'or à la bande de
sable, chargé de trois sautoirs accolés d'argent";
dochter van Lodewijk van Maulde, heer van Breucq, groot baluw
van Sulfique en andere plaatsen, kleindochter van Hugo II, Heer
van Maulde en van Isabella van Watripont, wapen: "d'or à
deux lions adossés de gueules, les queues entrelacées
en sautoir, langués et lampassés d'azur, (de familie
van Maulde stamt af van de adellijke huizen van Ecaussines, Barbançon,
Haelewyn, Ligne, Enghien (ofwel Saveuse), St. Aubert, etc. families
gehuwd met verschillende souvereine huizen, (zie de genealogie
letter F bij de heren van Maulde); uit deze verbintenis:
VIII. Adrianus II van der
Heyden, genoemd de la Bruyère, die in 1571 trouwt met jonkvrouwe
Adriana de Canin of Canyn, met als wapen: "d'azur à
la face d'argent", dochter van Johannes, advocaat van de
Raad van Vlaanderen en van Antoinette Assaert (Hacsaert); uit
dit huwelijk zijn voortgekomen: 1e Jacobus van der Heyden, genoemd
de la Bruyère, advocaat van de Raad van Vlaanderen, hij
volgt IX; 2e Johanna van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
gehuwd met Antonius Billiet; 3e Quintine van der Heyden, genoemd
de la Bruyère, die getrouwd was met Nicolaas Vaes (uit
een oude adellijke familie uit Tongeren) met wapen: sabel (zwart)
met drie zilveren schapen; hieruit is voortgekomen Wilhelmus Vaes,
gehuwd met Catharina Pallen; en 4e Antonia van der Heyden, genoemd
de la Bruyère.
IX. Jacobus II van der Heyden,
genoemd de la Bruyère, advocaat bij de Raad van Vlaanderen,
getrouwd met vrouwe Livine de Tayaert, met als wapen: blauw met
twee gouden raderen, "en pointe" een zilveren roos.,
dochter van Lievin Tayaerty, wethouder van Gedeele in Gent, raadsheer
van de Raad van Oorlog en Keurpensionaris van dezelfde stad (zie
bij de letter G of het genealogische fragment betreffende deze
familie); hieruit 1e Adrianus van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
volgt X; 2e Jacobus III van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
die in de adelstand
gerehabiliteerd wordt door koning Filips IV, op 25 oktober 1649, die volgt bij de letter A ná de tak die
door zijn broer Adrianus III wordt gevormd; 3e Livina Isabel van
der Heyden, genoemd de la Bruyère; en 4e Jossina van der
Heyden, genoemd de la Bruyère.
X. Adrianus III van der
Heyden, genoemd de la Bruyère, doctor in de medicijnen,
geboren in Gent en gedoopt in de St. Michiels op 6 januari 1605,
zijn peetvader is Heer
Adriaan Masseau ofwel de Massem en zijn
meter Livine Bleye; hij trouwt in 1631 met Cornelia van der Hofstad,
met wapen: zilver "à la face de gueules, accompagné
de trois lions naissants; langués et lampassés de
gueules, (ofwel zilver met drie leliën "coupés
de gueules, une en chef et une en pointe, au franc quartier de
gueules") van wie hij heeft gekregen:
XI. Adrianus IV van der Heyden,
genoemd de la Bruyère, geboren in Gent en gedoopt in Onze Vrouwe op 29
september 1630, zijn peetvader was Johannes Braeckmans, en
zijn meter Marie Smets, getrouwd in Rupelmonde op 31 december 1648 met
vrouwe Catharine de
Vos, en hebben gewonnen: 1e Johannes van der Heyden, genoemd de
la Bruyère, geboren in Rupelmonde
op 22 november 1650, hij volgt XII; 2e Filippina van der Heyden,
genoemd de la Bruyère, die trouwt met Jacobus
Preuveneers; waaruit een enige dochter,
Johanna Preuverneers, is voortgekomen; en 3e Anna van der Heyden, genoemd
de la Bruyère.
XII. Johannes van der Heyden,
genoemd de la Bruyère, getrouwd in Rupelmonde op 16 februari
1676 met Elisabeth Beirens of de Beer; waaruit zijn geboren: 1e
Theodorus van der Heyden, genoemd de la Bruyère, die volgt
XIII; 2e Elisabeth van der Heyden, genoemd de la Bruyère;
3e Maria Catharina van der Heyden, genoemd de la Bruyère;
4e Catharin van der Heyden, genoemd de la Bruyère; en 5e
Johannes Fraanciscus van der Heyden, genoemd de la Bruyère.
XIII. Theodorus van der
Heyden, geboren in Rupelmonde op 11 september 1688, zijn peetvader
is Johannes de Jonghe, en zijn meter Johanna Beirens; hij trowut
op 12 augustus 1712 met Elisabeth Borgaerts of Bogaerts; uit dit
huwelijk:
XIV. EGIDIUS van der Heyden, geboren op 25 november 1714, peetvader
EGIDIUS Borgaerts, meter Theresia van der Heyden. Hij trouwt
in Antwerpen op 17 januari 1745 met Petronella van Wever, moeder
van:
XV. Johannes Baptistus van
der Heyden, geboren op 16 december 1749, die trouwt met Maria
Catharina van den Begin (een telg van een edele en gedistingeerde
familie, men vindt de wapens van Beghin in het jaarboek van de
Belgische adel, alswel in de kwartieren van Daniels, baron van
Attenrode en zijn: zilver met een zwart kruis, op het vrije gouden
kanton een zwarte vogel; De kwartieren van vaderszijde zijn: Daniels,
Candries, Thonys, Cauwenhove, en de kwartieren van moederszijde:
Hovyne, Cambry, Begin en Preys. Uit dit huwelijk zijn vijf zoons
voortgekomen: 1e Filippus Jacobus. 2e Nicolaas Johannes, overleden.
3e Cornelis Antonius. 4e Michel, overelden; en 5e Johannes Baptistus
van der Heyden, geboren op 12 oktober 1792, welke op 2 juni 1819
trouwt met Maria Catharina Hoeylaerts, dochter van Wilhelmus (zoon
van Cornelis Hoeylaerts (Hoolaerts, Hoylaerts, etc) en van Theresia
de Ridder, dochter van de griffer van Wezemael), en van Maria
Catharina van Bosstraeten, dochter van Johannes en Antoinette
van Rysbergen; uit deze vereniging zijn voortgekomen: Wilhelmus
Johannes en Nicolaas Johannes van der Heyden, geboren op 30 januari
1824. A. Jacobus van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
advocaat bij de Raad van Vlaanderen, zoon van Jacobus, advocaat
bij dezelfde Raad, en van Livine van Tayaert; hij trouwt in 1631
met jonkvrouwe Catharina de Haze, met wapen: "d'argent à
la face vivrée de gueules," vergezeld van drie zwarte
wilde zwijnskoppen, dochter van Johannes, ontvanger generaal van
Cassel en het bos van Niepe, en van Maria Baert, dochter van Nicolaas,
ontvanger generaal der domeinen en financiën van Zijne Majesteit,
waaruit is geboren: Jacobus van der Heyden, genoemd de la Bruyère,
gehuwd in 1673 met jonkvrouwe Maria Johanna Masseau ofwel van
Massem, wapen: "de gueules au chevron d'argent, vergezeld
van drie gouden kastelen, dochter van Josefus en Margaretha Thevelyn
(die ook nog Johannes van Massem hebben nagelaten, advocaat bij
de Raad van Vlaanderen); waaruit is voortgekomen: Robertus Wilhelmus
van der Heyden, genoemd de la Bruyère, gehuwd in 1708 met
vrouwe Maria Magdalena Parmentier, met wapen: blauw met drie korenaren
waarvan elk bedekt met twee andere aren "en sautoir"
het geheel van goud 2 en 1 uit die verbintenis: Jonkvrouwe Maria
Anna Theresia van der Heyden, genoemd de la Bruyère, ongehuwd
overleden in Gent op 15 april 1793.
--------------------------------------------------------------------------------------
AFSTAMMING VAN DE GRAVEN
EN BARONNEN VAN BELDERBUSCH; MET ALS WAPEN ZILVER "A LA FACE DE SABLE"
VERGEZELD VAN DRIE ZWARTE LEEUWEN ("ALIAS DE GUEULES"),
VOORTGEKOMEN UIT DE TAK VAN VAN DER HEYDEN, GENOEMD DE LA BRUYERE,
UIT VLAANDEREN.
Johannes van der Heyden,
genoemd BELDERBUSCH, hij trouwt met Isabella de Fonteau, dochter van
Wilhelmus, heer van Housse, en van Isabella Schooff; uit deze
vereniging: Leonardus Alphonsus van der Heyden, genoemd BELDERBUSCH, heer van Moutsen (1), gehuwd met vrouwe Marie-Claire-Eugénie
van Westrem, vrouwe van het sterrenkruis; (1) Zie de Vlaamse kroniek
van Malines, door R. Valerius, waar men op pagina 57 aantreft:
"1770 den 11 december is accoord gemaekt om het procés
voor den grooten raede van hare Majesteit, te Mechelen, te slissen
tussen M. Lancelot-Ignace-Joseph, baon van Gottignies, verweerder
sone van den groot-oom (volgens de mode van Bretagne) van en voor
M. Peeter-Melchior Van Doetingen ter eendre, m'M. Vincent-Philippe-Antoine
baron Van der Heyden, dit Belderbussche, Heer van Moutsen, voor
M. François-Frederick, canonick van Aken, syne sone impétrant
van brieve van maintenue, den 3 december 1749 te weten dat den
canonick Belderbussche sal blyven in het besit van het bénéfitie
en dat in toekomende sal worden onderhouden: 1o Dat de geseyde
baron Van der Heyden, en syn manlyk hoir sullen houden het patronaet
en collatie, te weten: den oudsten by voorrecht en by gebrek van
hoirs sal vallen alsdan aen de geseyde baron van Gottignies, en
by gebrek van die beyde hoirs, sal de fémenine descendentie
van de leste mans-hoir in besit synde van collatie, succederen.
2o Voor de nominatie hebben préferentie de naeste bloedverwanten
van de twee barons, bekwaem sich presenterende. 3o By gebrek van
die descendenten sullen komen descenderende by préférentie
Van Schoonjans, fondateur, als vorent aen iemand vremts te konnen
confereren, ofte selver aen geene bloedverwnaten niet synde van
de familie. Was onderteekend P.M. Van Doeteinghen, den baron van
Gottignies." Zelfde werk pagina 56: "In de metropolitane
kerk van St.-Rombaut, te Mechelen, in de kapel van Schoonjans,
daer hangt eene lange généalogie in koper gesneden
door den baron van der Heyden, gesegt Belderbussche, alles met
syne wapenen." (tegenwoordig bestaat de kapel niet meer,
noch de genealogie). Uit dit huwelijk zijn voortgekomen: 1e Maximiliaan Wilhelmus baron van
der Heyden, genoemd BELDERBUSCH, licentiaat in de rechten volgens een akte van
13 april 1737, hij trouwt N. 2e Franciscus Fredericus van der
Heyden, genoemd BELDERBUSCH, kanunnik in Aken en begunstiger van de kapel met
de naam Schoonjans in de kerk van Sint Rombaut te Malines. 3e
Johannes Thiry baron
van der Heyden, genoemd de Belderbussche,
kamerheer van Keurvorst Palatin, majoor in het regiment van Isselbach
(infanterie) in 1760, groot kapittelheer van de Teutonische Orde,
Commandeur van Gruitrode te Maastricht, Zwaardraadsheer van de
geheime staatsraad, President van de Kamer van Financiën,
Kamerheer van S.A.E. van Keulen, co-adjutor van de groot commandeur
van voornoemde orde in het rechtsgebied van de baljuw van Vieux-jonc
(Alten Biesen), in 1765, absoluut groot commandeur vanaf 11 maart
1771 en vanaf dezelfde dag Eerste Minister van de Keurvorst van
Keulen, hij was heer van Gemert, Gruitrode, Sint Pieters Voeren,
Diepenbeeck, Beverst, Ordingen, Damerys, etc. Uit deze tak was N. van der Heyden, genoemd de
la Bruyère, Graaf van Belderbussche, senator in Parijs en aldaar overleden, die een broer
had op zijn kasteel
van BELDERBUSCH, in Limburg,
waar Keizer Napoleon vakantie hield als hij in die provincie
was.
De Van der Heydens, genoemd
de la Bruyère, graven en baronnen van BELDERBUSCH waren geparenteerd aan de adellijke families van
Brugge, genoemd van Gruithuise, en de 'de Hoets', etc. families
met een zeer hoge positie in het land van "Juliers"
(Gulik?).
Grafstenen. In het begijnenhof ter Hoyen in Gent, in de buurt
van de kerk, bevindt zich de grafsteen van Josse de Bruière,
genoemd van der Heyden en van Maria van Huerne, zijn vrouw. Zijn
kwartieren van vaderszijde zijn: Van Heyden, Hamayde, Van Donct,
Van Moten, Cordes, Maude, Pilons, Brakele en de kwartieren van
moederszijde: Van Huerne, Hoede, Van Maercke, Huele, Spars, Caneel,
Metteneye en Clockman. In de Sint Michielskerk in Gent vindt men
in de kwartieren van Heer Gillis Dansaert, gehuwd met Alexandrine
de Briarde, de wapens van Van der Heyden, de kwartieren zijn in
de volgende volgorde: van vaderszijde: Dansaert, de Ben, Zaman,
Canis, de Haene, Haelsbergh\e, Van Heyden, Thibaut; van moederszijde:
Briaerde, du Pont, Bampoele, de Muts, Hertoghe, Berchem, de Crocq
en Sinneghem. De acht kwartierten van vaderszijde van vrouwe N.
Dansaert, afgebeeld op haar wapenschild in de Sint Michielskerk,
zijn: Dansaert, Zaman, de Haene, Van Heyde, Briaerde, Bampoele,
Hertoghe, de Crocq, de kwartieren van moederszijde zijn: Norman,
Sallaert, Seclyn, Bette, de Gruytheere, Hembieze, Kerckhove en
Van Huerne. De kwartieren van Heer Jacobus van Lummene, overleden
in 1548, begraven in de Sint Walburgiskerk te Oudenaarde, voor
het oksaal een beetje naar het westen, ziet men de kwartieren
in de volgende volgorde: van vaderszijde: Van Lummene, Schorisse,
Van Moten, Cruupenninck, van moederszijde: Van Heyden, Payens,
de Cordes, Cotrel. In de kerk van de Paters Carmelieten, in Aalst,
bevinden zich rechts in de muur tegenover de communiebank de wapens
van Van der Heyden, in de kwartieren van Ernestina van den Kerckhove,
genoemd van der Varent, vrouwe van Hofdriesch, Terben, etc.; de
kwartieren van vaderszijde zijn: Kerckhove-Varent, Van der Donct,
Van der Mandere, Wilgiers, de kwartieren van meoderszijde: Delvael,
Van Coyen, Van den Heeden, Van der Heyden.
In "Le miroir des nobles
de Hesbaye" van 'de Hemricourt' treffen we ook een Mechtilde
van der Heyden aan, vrouwe van Van der Heyden, gehuwd met Hendrik
I van Gronsfeld, ridder, Heer van Gronsfeld, zoon van Johannes,
Heer van Gronsfeld in het land Limburg, die leefde in 1330, en
van Margaretha dochter van Warnier de Merode; uit dit huwelijk
zijn drie zoons en twee dochters voortgekomen, te weten: 1e Johannes
van Gronsfelt, oudere zoon, ridder, Heer van Gronsfelt, gouverneur
en kapitein van Vught, Gangelt, Mille, van Wenceslas koning van Bohemen, hertog van Luxemburg, Limburg,
Brabant, die met zijn echtgenote Hertogin
Jenne de heerlijkheden Eysden en Cadier verpandde aan de Heer
van Gronsfelt, op 3 oktober 1370. Hij werd in 1386 gedood, door
Reinoud Heer van Schoenvorst; en trouwde met Margaretha de Merode,
geen kinderen. 2e Hendrik II van Gronsfelt, heer van Van der Heyden,
en na de dood van zijn broer Heer van Gronsfelt, Eysden, Cadier,
etc., welke in eerste echt trouwde met Margaretha van Pittingen,
genoemd van Cranendonck, dochter van Wilhelmus, Heer van Sevenborne
en van Adelaïde van Hornes, genoemd van Cranendonck, vrouwe
van Cranendonck; uit dit huwelijk is voortgekomen N. van Gronsfelt,
vrouwe van Van der Heyden, welke trouwde met Christiaan, zoon
van Warnier de Merode de Rimberg, en van Cathérine d'Argenteau.
Hij trouwde in tweede echt met Jeanne de Merode van Rimberg, vrouwe
van Rimberg, dochter van Warnier de Merode van Rimberg, heer van
Rimberg, en van Cathérine d'Argenteau, uit dit huwelijk
is voortgekomen Hendrik III van Gronsfelt-Rimberg, overleden in
1474, die in 1417 trouwde met Aleida van Oupeye-Vivegnis-Herstal,
overleden in 1447, dochter van Adam de Dammartin-de Warfusée,
genoemd d'Oupeye, vaandelridder. 3e Godfried van Gronsfelt, gehuwd
met Catharina, vrouwe van Crainhem, Basserode, Gerck, dochter
van Gerardus van Rasseghem, Heer van Basserode en van Adelaïde
van Crainhem, vrouwe van Crainhem. 4e Catharina van Gronsfelt,
overleden in 1380, welke in eerste echt trouwde met Jean d'Argenteau,
die de reis naar het Heilige Land maakte en in 1362 stierf in
Syrië, begraven in Maastricht bij de "cordeliers",
met zijn echtgenote. Zij trouwde in tweede echt met Raes of Erasmus
van Hemricourt, genoemd de Lamines, ridder, heer van Lamines.
5e N. van Gronsfelt, die trouwde met Hendrik van Welckenhuyse.
Hendrik I van Gronsfelt, had een zuster Catharina van Gronsfelt,
gehuwd met Hendrik VI van Bautersheim, vaandelridder, Heer van
Bautersheim. Kikempoix, etc. Hij verkocht zijn grond van Bautersheim
aan Wallerand de Faucomont (Valkenburg?), die samen oorlog voerden
tegen de Hertog van Brabant, uit dit huwelijk: Hendrik VII van
Bautersheim, vaandelridder, heer van Kikempoix, Bergen op Zoom,
groot baljuw van Brabant, hij verwierf in juni 1350 van Jean de
Faulcomont (Jan van Valkenburg?), zijn neef, het land Bergen op
Zoom, voor 6000 dikke ponden van Franse Tournooien (?), hij stierf
in 1370. Hij trouwde met Maria van Wezemael, vrouwe van Merxem,
Wilre, Brecht en Woestwezel; dochter van Gerard van Wezemael,
ridder, heer van Merxem, etc. en van Maria van Bassenghien, vrouwe
van Eeckhove, Ekeren, etc.; hiervan nageslacht.
-------------------------------
B.
GENEALOGISCH FRAGMENT
van de tak
VAN DER HEYDEN A BLISIA
(Bilzen)
-------
Zilveren wapen met drie
hartschilden met leeuwekoppen verbonden
met gouden opschriften Dr. UX en UN, de hartschilden in een punt
geplaatst boven een loot van "sinople" met drie leeuwebekbloemen.
Theodoor van der Heyden-à-Blisia,
stalmeester, juridisch adviseur en raadslid van het kapittel van
Luik, hij trouwde met Maria Boeck, genoemd Zittaerd; uit dit huwelijk:
Wilhelmus van der Heyden-à-Blisia, raadsheer van S.A.S.E.
burgemeester van Luik, in 1616 en 1626; welke trouwt met Anne
Counotte, dochter van Conrard Counotte, griffier en wethouder
van Luik, en van Marie Fanchon, waaruit zijn geboren: 1e Edmond
van der Heyden-à-Blisia, raadsheer van S.A.S.E., in zijn
souvereine feodale hof, burgemeester van Luik, in 1658, 63 en
68, gehuwd met Maria-Anna van den Steen-de Saivre, dochter van
Lambertus, eerste baron van Saivre, heer van Sint Anna, Labia,
Termogne, la Folie en van de ban van Celles, wethouder van Luik,
in 1623 minister van Staat en persoonlijk raadsheer van de prinsen
Ernest en Ferdinand van Beieren; en van Margaretha Navéa-Hosdent,
(dochter van Johannes Navéa en van Maria de Pass) kleindochter
van Jean à Lapidé, genoemd van den Steen, en van
Jeanne de Champo-de-Urso, zuster van heer Campo, deken van Sint
Johannes, in Luik; uit deze verbintenis zijn drie zoons voortgekomen,
te weten: a. Lambertus
van der Heyden-à-Blisia, licentiaat
rechten, kanunnik van Luik, provoost van O.L.V. met de graden
van Keulen en ontvangen versierselen van de voorname kathedraal
van Sint Lambertus te Luik, in 1684. b. Laurens van der Heyden-à-Blisia,
kanunnik van Luik en ontvangen versierselen van de Sint Lambertuskerk
te Luik in 1687. c. Johannes Wilhelmus van der Heyden-à-Blisia,
heer van Hurem en Kersburgh, die trouwde met Maria Helena Westerman
of Vosterman. Zij ontvingen
van Zijne Heilige Keizerlijke Hoogheid een diploma als Vrije baron
van het Keizerrijk; uit dit huwelijk:
a. Edmond Coenraad van der Heyden-à-Blisia, vrije baron
van het keizerrijk, heer van Opharen, etc.; getrouwd met Susanne
de Lavaux, dochter van Henri-Jacques de Lavaux, stalmeester, en
van Elisabeth Loenst-de Triesche. b. Johannes Ferdinand baron
van der Heyden-à-Blisia-de Grâces (Graz?), kanunnik
van Luik en provoost van N D. met de graden van Keulen en ontvangen
versierselen van het kapittel van Sint Lambertus te Luik, in 1717.
c. Anna Isabelle baronnesse van der Heyden-à-Blisia, welke
trouwde met haar neef Lodewijk Frans de Joncis, heer van Kersbeek,
Grâce, etc. hoog toegewijde van Streel, burgemeester van
Luik, in 1707, zoon van Wilhelmus en Ursula Veronica van Houthem,
dochter van Johannes, baron van Houthem, heer van Kersbeeck, en
van Jeanne de Fleron-de Melin, dochter van Arnould Fléron,
heer van la Mozée, Melin, Cauwenberg, en van Maria van
Houthem, vrouwe van Melin, Cauwenberg, etc.; uit deze echtverbintenis
is Ursula Veronica de Joncis voortgekomen, vrouwe van Kersbeek
en van Mons (Bergen) in het Land van Luik; zij trouwde met haar
bloedverwante neef Thierry-Guillaume-Marie tweede baron van Eynatten,
heer van Ter Heyden, Ter Hagen, Grammont, etc., senator, wethouder
en burgemeester van Leuven (1737-1757); waaruit is geboren Honorine-Josephe-Charlotte
van Eynatten, vrouwe van Grâce, Mon-Herleur, toegewijde
van Streel, op 27 december 1769 getrouwd met Joseph-Bruno, graaf
van Albon, baron van Zetrud-Lumay. d. Lambertus Carolus van der
Heyden-à-Blisia, gehuwd met Anna Elisabeth van der Heyden-à-Blisia,
dochter van Conrad en Maria Anna van Limburg. 2. Anna van
der Heyden-à-Blisia, overleden in 1655, weduwe van Lodewijk,
toegewijde van Streel; zij trouwde met Philippe de Joncis, raadsheer
van de bisschop en het Land van Luik; uit dit huwelijk: a. Guillaume
de Joncis, gehuwd met Ursula Veronica van Houthem, dochter van
Johannes Baptistus, baron van Houthem, heer van Kersbeeck en van
Jeanne de Fleron-de Melin, waaruit: 1e Louis-François de
Joncis, gehuwd met zijn nicht Anna Isabelle van der Heyden, hieronder
uiteengezet; en 2e Anna Veronica de Joncis, echtgenote van Nicolaas
Hendrik 1e baron van Eynatten, heer van Ter Heyden, Ter Haegen
en Grammont, senator, wethouder, eerste pensionaris van Leuven
(1695-1706), gewoon gedeputeerde van de Staten van Brabant, zoon
van Thierry en Anna Maria van Ophem. Uit deze echtvereniging zijn
geboren: 1e Thierry-Guillaume-Marie 2e baron van Eynatten, gehuwd
met zijn directe nicht Ursula Veronica de Joncis, zoals hieronder
uiteengezet, en 2e Maria Anna van Eynatten, op 25 maart 1735 gehuwd
met Caraolus Philippus Martinus, baron van Baudequin (Bodegem?),
heer van Huldenberghe, Peuthi, Batenburg, Smeyerberg, Houthem, Kalverkeert, Polanen,
Sains, Lanoy, etc., zoon van Claude-Eugène en Marie-Madelaine
du Mez, genoemd de Croix en procureerden: 1e Madelaine-Thierrette
de Baudequin, kanunnikes van Moustrier, in het jaar 1764; 2e Idesbald-Aybert-Joseph
de Baudequin, baron van Huldenberghe, heer van genoemde plaatsen,
lid van de Brabantse adelstand; welke trouwt in 1772 met Gabrielle-Josephe-Guilaine
du Mez, genoemd de Croix, dochter van Adrien-Joseph-Ferdinand
en Marie-Albertine, baronnes van Ploto, van wie Thierry-Marie-Antoinette
de Baudequin, geboren 20 februari 1779. b. Jeanne-Corneille de
Joncis, gehuwd met 1e Lodewijk de Streel, hoog toegewijde van
Streel, zoon van Jean en Wilhelmine de Joncis, kleinzoon van Johannes
en Agnes van Brabant; en 2e Maximilien-Henri de Courtejoye, baron van
Courtejoye en Grâce, heer van Othée, Berlaer, Ave,
hoog toegewijde van Streel, edelman van de kamer van S.A.S.E.,
grootbaljuw van Rivage, gedeputeerde van de adelstand van het
Land van Luik en het graafschap Looz, raadsheer van de Staten,
herziener van het feodale hof en burgemeester van Luik, in 1698,
zoon van Jean-Lamoral de Courtejoye, toegewijde van Grâce
en van Anna Maria van Oyenbrugghe van Duras, kanunnikes van het
illustere kapittel van Andenne (dochter van Jean en Jeanne-Louise
de le Kethulle); kleinzoon van Jean de Courtejoye en Marguérite
de Bombaye. 3e Conrad I van der Heyden-à-Blisia, zesmaal
burgemeester van Luik, een van de heren van de algemene raad,
raadsheer van S.A. bij de keurstaten en van S.M.I. in zijn Ch.
Aulique staat in de kerk van Sainte Claire een altaartafel die
deze burgemeester heeft gegeven, waarop het voilgende opschrift
te zien is:
D.O.M. Sanguinis Christi
primitias D. Virgini Matri offerentie Tabulam hanc. P.P. Conrardus
van der Heyden, alias Blisia, Consul. Leod.S.C. ab. ord. cons.
et Cronélia Truillet, conjuges.
Uit dit huwelijk: a. Conrard
van der Heyden-à-Blisia, raadsheer van de algemene raad
en bij de keurstaten, hij trouwde met Margaretha van Haling, dochter
Johannes, wethouder van Luik en van Isabelle van Vlierden, en
zij hebben voortgebracht: Conrard III van der Heyden-à-Blisia,
raadsheer van het souvereine feodale hof te Luik (ontvanger van
de kathedraal van Luik in 1751?). b. Ernest van der Heyden-à-Blisia,
wethouder van Luik, gehuwd met Maria Margaretha van Dormael, dochter
van Nicolaas, wethouder van Vliermaal; uit deze verbintenis: Conrard
van der Heyden-à-Blisia, een van de heren van de algemene
raad, welke trouwde met Maria Anna van Limborch, oudere dochter
van Andreas en Anna Petronella van Grady, waaruit is voortgekomen:
Anna Elisabeth van der Heyden-à-Blisia, die trouwde met
haar halfvolle neef Lambertus Carolus van der Heyden-à-Blisia,
zoon van Johannes Wilhelmus van der Heyden, vrije baron d'empire,
en van Helena Vosterman. c. Cornelia van der Heyden-à-Blisia,
gehuwd met Ferdinand van Liverlo, heer van Modave, die als broers
Petrus en Lambertus had, kanunniken van Luik, aartsdiakens van
Hesbaye en grootkanseliers van S.A.S.E. Maximiliaan Hendrik van Beieren,
bisschop en prins van Luik.
4e Johanna van der Heyden-à-Blisia,
gehuwd met Charels de Méan, een van de eerste juridische
adviseurs in zijn tijd, heer van Atrin, een van de heren van de
algemene raad, gevolmachtigd commissaris van S.A.S.E. te Maastricht,
burgemeester van Luik in 1641; hij ontving van de keizer van Duitsland
een buitengewone gunst om aan zijn oude familiewapen de adelaar
van het keizerrijk toe te voegen; zoon van Pierre de Méan,
wethouder van Luik en gevolmachtigd commissaris in Maastricht
(zoon van Laurent de Méan, burgemeester van Luik in 1585,
en van Isabeau de Lacu), en van Anna van Gherincx, dochter van
Filippus, raadsheer van prins
Ernst van Beieren (en van Ide van der
Haeghen); zij zijn begraven in de kerk van Sainte Claire met epitaaf
en blazoenen; het altaar van de heilige drie-eenheid van Sint
Servaas is begiftigd met deze "conjoints".
Uit deze verbintenis zijn
dertien kinderen voortgekomen, waarvan er drie op jonge leeftijd
zijn overleden: 1e Pierre baron van Méan, oudere zoon die
volgt: 2e Jean-Ernest baron van Méan, heer van Saivre en
kanunnik van de collegiale kerk van Sint Martinus, overleden op
12 juli 1719. 3e Guillaume baron van Méan, kanunnik van
Luik en provoost van Sint Maarten, overleden in 1695, ontvanger
van de kathedraal in 1688. 4e Laurent baron van Méan, kanunnik
van Luik, provoost van de O.L.V. te Maastricht en ontvanger van
Sint Lambertus in Luik, gevolmachtigd afgezant van S.A.S.E. Josef
Clemens van Beieren bij het Verdrag van Rijswijk op 15 mei 1715. 5e
Jean-Ferdinand baron van Méan, licentiaat recht, grootdeken
van Luik, overleden op 18 juni 1709 in Atrin in Condroz waar hij
heer was, ontvanger van Sint Lambertus in Luik, 1676; hij is dicht
bij zijn oom Laurent begraven, scholaster en kanunnik van Luik,
provoost van O.L.V. te Tongeren, onder de grafsteen en het epitaaf,
in het oude hart van de kathedraal; keizer Leopold zond hem een
diploma als vrije baron de l'empire gedtaeerd op 3 november 1694,
voor hem en zijn broers, in de meest eervolle termen en vol erkenning.
6e Vijf dochters, waarvan twee abdessen van Sainte Claire, twee
vrouwen Bernardinessen, en de vijfde was religieuze in Robertmont.
Pierre baron de Méan
et d'empire, gevolmachtigd commissaris
te Maastricht, raadsheer van de algemene raad, gedeputeerde van
de Staten van het land, overlden in 1703, begraven in Ste.-Claire
onder een ingelegde wit marmeren grafsteen, met epitaaf, heer
van Atrin, Cornesse, Drolenvaux, etc., gehuwd met Marie-Cathérine
de Hodeige, waaruit zijn voortgekomen: 1e Pierre-Guillaume baron
van Méan-de Cornesse en van het Heilige Keizerrijk, eertijds
gevolmachtigd commissaris te Maastricht, wethouder en nadien kanunnik
te Luik, ontvanger van het kapittel van de zeer voorname kathedraal
van Luik, in 1716. 2e Laurent-Dieudonné ,baron van Méan-de
Xos, kanunnik van Luik, provoost van Sint Servaas te Maastricht
en "trefoncier" van Luik, in 1716. 3e Isabelle barones
van Méan, echtgenote van Laurent-Conrard de méan,
van de tak van de baronnen van Méan-de Pailhe. 4e Charles
baron van Méan, graaf van Méan-de Beaurieux, raadsheer
van de persoonlijke raad en algemene raad, minister van staat
en van de vergaderingen van de prins-bisschop van Luik, en lid
van de adelstand van Namen. Hij trouwde met Helena Johanna van
Waha, kanunnikesse van Andenne, waaruit is geboren François-Antoine,
graaf van Méan-de Beaurieux, heer van Gutshoven, Gossencourt,
etc. Kamerheer van de Keurvorst
van Keulen, persoonlijk raadsheer van
de prins-bisschop van Luik; gehuwd met Maria Elisabeth van Hoensbroeck
van Oost, kanunnikesse van Andenne, waaruit: 1e François-Antoine-Marie
Constatin, graaf van Méan-de Beaurieux, ontvanger van de
kathedraal van Sint Lambertus te Luik, in 1777, bisschop van Hippone
in 1786, provoost van Sint Maarten in 1788, gekozen bisschop en
Prins van Luik, Hertog van Bouillon, Markies van Franchiment,
Graaf van Looz en Hornes, Baron van Herstal op 16 augustus 1792
en bevestigd te Rome op 24 september daaropvolgend. Keizer Frans
heeft hem de titel Prince-Royal verleend, Prins-Aartshertog van
Luik op 16 juli 1794, hij was de laatste Prins Bisschop van Luik
ten gevolge van de samenvoeging van het Prinsdom Luik met Frankrijk.
In 1816 werd hij tot aartsbisschop van Malines benoemd, primaat
van België, op 28 juli 1817; op 22 april 1829 werd hij erkend
als Graaf en Prins van
Méan en stierf op 15 april 1831;
begraven in de metropool van Malines, waar zijn mooie wit marmeren
mausoleum te zien is, met het geknielde beeld van de overledene.
2e César-Constatin, graaf van Méan, geboren op 10
september 1759, ontvanger van de kathedraal van Luik en provoost
van Tongeren. 3e Pierre-Charles-François, graaf van Méan-de
Beaurieux, kamerheer
van de Keizer van Oostenrijk, overlden
op 26 april 1802, trouwde op 7 juni 1784 met Marie-Aloïse,
gravin van Wrbna, hun kinderen waren: a. César-Constantine-Marie,
graaf van Méan-de Beaurieux, kamerheer van de Koning der Nederlanden. b. Constance-Thérèse-Dorothée,
op 7 juli 1807 getrouwd met Fransciscus baron van Stokhem, senator
van België. c. Eugène-François, graaf van Méan-de
Beaurieux, geboren op 9 februari 1789. d. Françoise-Louise,
geboren op 13 november 1792, op 7 augustus 1810 getrouwd met Constantijn
baron van Copis, kamerheer
van de Koning der Nederlanden.
Toegevoegd
op 3
maart 2006. Nazaten
van Thijs
van der Heyden,
voorvader van de oprichter van de Stichting Cervantes
Benelux en de Limited
Company Instituto Cervantes England and Wales. 13 JANUARI
2007 Op verzoek
van een familielid in verband met privacybescherming verwijderd
van de website. Ik verwijs verder wel naar al mijn informatie
over de familie VAN
DER HEYDEN VAN BAAK TOT DOORNENBURG waartoe ik volgens de heer HELMICH uit BAAK ook zou behoren.
Het EERSTE
PAARSE KABINET van
het KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN.
Voorste rij van links naar rechts Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen JO
RITZEN, Minister
van Buitenlandse zaken HANS
VAN MIERLO, Minister-President
WIM
KOK, Oprichter Instituto
Cervantes JOHN
VAN DER HEYDEN,
Minister van Binnenlandse Zaken en Vice Premier HANS DIJKSTAL, Minister van Justitie WINNIE
SORGDRAGER, Minister
van Financiën GERRIT
ZALM. Achterste
rij van links naar rechts Minister van Volksgezondheid en Sport
ELS
BORST, Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij JOZIAS VAN AARTSEN, Minister van Verkeer en Waterstaat
ANNEMARIE
JORRITSMA, Minister
van Defensie JORIS
VOORHOEVE, Minister
van Economische Zaken HANS
WIJERS, Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AD MELKERT en Minister van Ontwikkelingswerk
JAN
PRONK.
Instituto Cervantes is legally registered at the Benelux Trade
Registrar under
deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings
and courses and is a tradename of the Foundation
Cervantes Benelux
in Utrecht, registered under number 41211928 of the Chamber of
Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes Holding
is a member of the Baak-kring
Management Centre VNO-NCW.
Photograph ENGELENBURG
CASTLE, KINGDOM
OF THE NETHERLANDS.
Instituto Cervantes está legalmente depositado como marca
comercial en el
registro de marcas del Benelux-Bureau
voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277
y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos
y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes
Benelux en Utrecht,
inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios
en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House Cardiff. Cervantes
Holding es miembro
del Baak-kring
Centro de Gestión
Empresarial del Patronal del Reino de los Países Bajos
VNO-NCW.
Foto arriba CASTILLO ENGELENBURG
EN BRUMMEN.
Instituto Cervantes is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux
Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse
41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam
van de Stichting
Cervantes Benelux
te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer
van Koophandel te Amsterdam
(IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes
Holding is lid van
de Baak-kring, Management Centre VNO-NCW.
La Corona de
la Casa
Real Española
sirve de símbolo de unidad de nuestros países y
muestra la Lealtad Histórica
como expresada en el himno nacional de los Países Bajos.
More information
at the website of Amazon.com, Wal-Mart and Trafford
Publishing Canada.
VANAF 16
OKTOBER 2004 HEEFT
DE OPRICHTER VAN DE STICHTING
CERVANTES BENELUX,
EIGENAAR VAN HET HANDELSMERK
INSTITUTO CERVANTES
IN DE BENELUX EN DE LIMITED
COMPANY INSTITUTO CERVANTES ENGLAND AND WALES - OP STRAFFE VAN EEN DWANGSOM -
EENIEDER WAAR OOK TER WERELD - VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN DE
BEELTENIS VAN ZIJN OP 31
AUGUSTUS 1997 TIJDENS
EEN ONTVOERINGSPOGING OM
HET LEVEN GEKOMEN PARTNER,
TENZIJ DIT BINNEN HET KADER VAN DE DOOR HEM VERSTREKTE VOLMACHTEN NADRUKKELIJK IS OVEREENGEKOMEN.
THE WORK CONTINUES
© J.L. VAN
DER HEYDEN TORREMOLINOS
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN