INSTITUTO
CERVANTES BENELUX ENGLAND AND
WALES
Opleiding en Training, Werving
en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed
25 november 2000 Betreft: MORADO Kenmerk: JH/HdK20001125.
Torremolinos, vrijdag 24 november 2000. Bij het afleveren van mijn brief van vandaag rond
14.30 liep ik de heer 'González' tegen het lijf, van loket
7. '¡Hola Amigo!' reageerde hij met groot enthousiasme.
De BBVA
(Banco Bilbao Vasco Argentario) had inmiddels een paarse verrassing in petto in
de vorm van een brochure over
'Ropa Interior', 'Moda de París' en 'Muy Buenos Precios'.
Mijn gedachten
waren echter allang bij de Roy
d'Espagne in Brussel,
mijn favoriete ontmoetingsplaats in de huidige hoofdstad van Europa.
In dat verband vandaag eveneens de brieven die ik van 'Le
Maison du Prince'
heb mogen ontvangen in de loop van de tijd.
12 september 1996
Geachte Heer, Zijne Koninklijke
Hoogheid Prins Filip gelast me U de goede ontvangst te berichten
van uw brief van 31
juli jongstleden. Hierin nodigt U hem uit om toe te treden
in het nieuw te vormen bestuur van de Stichting
Cervantes Benelux vanaf 1 oktober eerstkomend.
De
Prins, die zeer gevoelig was voor uw wens om hem hierbij te
betrekken, dankt U van harte voor uw intentie. Tot mijn spijt
moet ik U echter meedelen dat het voor de
Prins niet mogelijk is om aan uw verzoek te voldoen. Niettemin
stelt de Prins
er prijs op om U zijn beste wensen over te maken voor het welslagen
van dit initiatief. Met oprechte
hoogachting, Luitenant-kolonel
SBH Joseph VAN DEN PUT Adviseur van Prins
Filip Aan de Heer J.L.
VAN DER HEYDEN Instituto
Cervantes Benelux De Wellenkamp 15-30 NL 6545 NM NIJMEGEN
NEDERLAND Ook
deze brief is kort na het eerste bezoek van Diana aan de Wellenkamp verzonden. Zijn
tweede brief terzake ontving ik ongeveer zeven maanden later.
24 maart 1997
Geachte Heer, Zijne
Koninklijke
Hoogheid Prins Filip heeft met veel aandacht kennis genomen
van uw brief van 9
maart jongstleden. De
Prins dankt U voor het vertrouwen dat U in hem stelt.
Voor wat betreft Uw aanvraag om steun te
verlenen aan de oprichting van de European
Cervantes Foundation, spijt het mij U te moeten meedelen dat
de Prins
hierop niet kan ingaan. Volgens de in voege zijnde voorschriften
op het Paleis, is het immers niet gebruikelijk dat Leden van de
Koninklijke Familie zich mengen in de oprichting van een vereniging.
De Prins
is ervan overtuigd dat U voor dit standpunt begrip kan opbrengen.
De
Prins stelt er prijs op om U langs deze weg zijn hernieuwde
wensen voor succes over te maken bij de oprichting van deze Stichting.
Met oprechte hoogachting, Luitenant-kolonel SBH Joseph VAN DEN PUT Adviseur
van Prins Filip
Aan de Heer J.L.
VAN DER HEYDEN Instituto
Cervantes Benelux De Wellenkamp 15-30 NL 6545 NM NIJMEGEN
NEDERLAND
24 juli 1997
Geachte Heer, Zijne Koninklijke
Hoogheid Prins Filip gelast me U de goede ontvangst te berichten
van uw brief van 18
juli jongstleden. Voor wat
betreft uw aanvaag om een bezoek aan de
Prins te brengen tijdens uw reis in Brussel, spijt het mij
U te moeten meedelen dat de
Prins hierop niet kan ingaan. Met
oprechte hoogachting, Luitenant-kolonel
SBH Joseph VAN DEN PUT Adviseur van Prins
Filip Aan de Heer J.L.
VAN DER HEYDEN Instituto
Cervantes Neude 30 C NL - 3512 AG UTRECHT NEDERLAND
Aangezien zijn nieuwe echtgenote
Jonkvrouw
Mathilde d'Udekem d'Arcoz
onlangs in New York door een journalist met mijn ontvoerde - en
dientegenvolge verongelukte - partner is vergeleken, mag ik aannemen
dat dit Koninklijk Paar aldaar inmiddels enige stappen heeft ondernomen.
In dit verband neem ik tevens in deze brief - wellicht ten overvloede
- de teksten op die ik terzake heb mogen ontvangen uit het Verenigd
Koninkrijk.
From: The Office of Diana,
Princess of Wales 23rd September, 1996
Dear Mr. Van der Heyden I am writing to acknowledge receipt of your
recent letter addressed to the Princess of Wales. Yours sincerely,
Mrs. Colin MacMillan
From: The Office of HRH The Prince
of Waies 13th October 1998
Dear Mr. Van der Heyden, The
Prince of Wales has asked me to thank you for your letter
of 18th September.
Your reasons for writing as you did are appreciated, and His Royal
Highness is grateful to you for taking the trouble to let him
know of your views. The
Prince of Wales has asked me to send you his best wishes.
Yours sincerely, Miss
Henrietta Rolston Mr. J.L. Van
der Heyden Deze
laatste brief is verzonden vanuit
Vandaar dat ik
met belangstelling uitzie naar het resultaat van het gesprek van
afgelopen zaterdag op het KONINKLIJK
PALEIS te 's-GRAVENHAGE.
In die tussentijd wijd ik mij wederom aan de dissertatie over
HEYDANUS. Interessant in dit verband is
de beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van de Tachtigjarige
Oorlog met mijn huidige landgenoten.
De eerste maal, dat wij VAN
DER HEYDEN in Axel aantreffen, is op St. Bartelsdag, Zaterdag
den 24 Aug. van het jaar 1566, op welken dag hij tweemaal in het
openbaar gepredikt heeft, terwijl er eene groote menigte volks
van Eecloo en Hulst gewapend bij tegenwoordig was geweest. De
predikant had zijn intrek genomen bij den zoo even genoemden BERNARD
VAN DEINSE, en THOMAS DE WILLAGHER vinden wij vermeld als dengene,
die hem naar den preekstoel geleidde. Den 20sten Augustus had
de beeldstorm te Antwerpen plaats gehad, volgens het bekende versje:
Den 20sten Augustus zijn de beelden
verstoord
t' Antwerpen, en van de ketters versmoord,
en binnen ééne
week had hij zich, gelijk een orkaan, over het geheele land uitgebreid.
Het is moeilijk te zeggen waar hij begon en waar hij eindigde.
Indien van iets, dan kon van den beeldstorm gezegd worden, dat
hij "in de lucht" zat. Alleen in Vlaanderen zijn meer
dan 400 kerken van beelden beroofd. Ook Axel werd niet voorbijgegaan.
Den 25sten Augustus, daags na de beide sermoenen van VAN
DER HEYDEN, had het "beeldebreken" in die stad plaats.
Een der getuigen in het Axelsche proces verklaart, "dat hij
dien dag es gegaen naer de kercke, die hij gesloten vont, ende
zo hij was loopende, omme inne te geraken, wiert hem van weghen
de keercbrekers gheseyt, dat hy er niet inne en mochte, 't en
ware, dat hij mede wilde helpen breken; dwelc de dept heml. moesten
beloven; ende binnencomende, zach aldaer diveersche personen bereedt
om te breken; daerof negheene en zyn ongeëxecuteert of ghebannen,
dan ANTHEUNIS WATERVLIET; ende zo zy jeghens den dept. zeyden:
ghy moet medebreecken, twelc hy heml. refuseerde, moeste uuter
kercke treden." Behalve in de Axelsche kerk, werd ook in
het klooster te Haghe "gebroken." Een Sint-Jansbeeld
werd onder luid gejuich en gejoel der beeldbrekers op dat der
H. Maagd geworpen, terwijl een der beeldstormers den beelden den
neus afsneed, onder het voorgeven van bloed te willen zien. Daags
na dezen beeldstorm te Axel, dus op Maandag 26 Angustus, trok
VAN DER HEYDEN naar
Hulst. Hij werd vergezeld door een troep gewapende geuzen, waaronder
BERNARD VAN DEINSE en eenige anderen, die in Axel de beelden hadden
helpen vernielen. In Hulst had zich ook reeds eene gemeente gevormd.
In Februari 1565 was er een zekere JAN DE GRAVE als ketter verbrand,
en in Mei van het volgend jaar een ander met het zwaard gedood.
Thans echter waren de Gereformeerden er sterk genoeg om ook eene
openbare prediking te wagen. JACOB HUYSSENS, een uit Hulst gebannen
Protestant, had aan zijn schoonbroeder en geloofsgenoot JOOST
VAN DALE, een brief geschreven, waarin hij de aanstaande komst
van VAN DER HEYDEN meldde,
en hem verzocht aan de Overheid verlof te vragen tot het houden
van openbare preeken. Hij voegde in zijn brief er bij, dat zij,
bij eventueele weigering der regeering, wel sterk genoeg waren
om hunnen wil met geweld door te zetten, "et que cette icelle
ville tomberoit en ruine, et qu'ils estoient puissans de le faire
par force, alléguant beaucoup de mille de gensdarmes à
ce prest, si besoign fust." Zo zie je maar. De Hulster Magistraat
zond terstond twee zijner leden naar Axel, om den predikant te
verzoeken van zijn bezoek te willen afzien, maar gelijk te verwachten
was, weigerde deze aan dat verzoek te voldoen, zeggende, dat hij
er toe gelast was, en wel gedwongen zijn werk in hunne stad te
verrichten. Den 26sten Augustus des voormiddags, kwam de wagen
met VAN DER HEYDEN en
de zijnen door de Gendsche poort de stad binnen; de predikant
nam het middagmaal in de herberg De Swaen, waaraan ook eenige
Hulstenaars deelnamen. Op het Sint Willebrordskerkhof, op den
hoek van de groote markt, voor het huis Het Gulden Hooft genaamd,
werd een preekstoel opgericht. In
's-Gravenhage staat ook nog een herberg met dezelfde naam. Nog
bekend van Prinsjesdag
1996. De overheid had reeds de drie schuttersgilden (van
St. Sebastiaan, St. Joris en St. Christoffel) in de wapenen geroepen,
om zoo het mogelijk ware de prediking te beletten, maar liet eerst
VAN DER HEYDEN nogmaals
verzoeken den predikstoel niet te beklimmen. De prediking nam
echter een aanvang, onder grooten toeloop van menschen, maar de
griffier der stad, NICOLAAS LOOT, maakte zich met eenige gewapenden
op, en begon onder de menigte te slaan, "sulcx dat daer over
groot oproer ontstont, en 't vervolg der gemelte predicatie belet
wiert, maer echter die van de Hervormde Godtsdienst d'overhandt
krijgende, hoewel geweken sijnde tot bij de Gendtsche-Poort, wiert
deselve aldaer hervat en voleindigd." Uit de processtukken
blijkt, dat de overheid den predikstoel had laten wegnemen, en
dat deze weder opgezet werd in den tuin van het schuttersgild
van St. Sebastiaan, waarheen de geuzen zich nu allen begaven (onder
hen bevond zich ook de schrijver van den zoo even gemelden brief,
JACOB HUYSSENS), zoodat aldaar te ongeveer 3 uur des namiddags
de prediking geschiedde. Terstond na de preek keerden allen naar
de St. Willebrordskerk terug, terwijl twee van hen naar het raadhuis
werden gezonden, om aan den magistraat een papier te toonen, waarop
de namen van een dertigtal personen voorkwamen, welke de predikant
VAN DER HEYDEN aangewezen
had, om de beelden in de kerk weg te nemen. De overheid mocht
diegenen onder hen, die haar minder bevielen, van de lijst wegschrappen.
Zij antwoordde echter, dat zij er zich niet mede wilde bemoeien,
maar dat zij wist wat zij te doen zoude hebben. De regeering der
stad had, daar zij den beeldstorm wel voorzien had, de kostbaarste
beelden en kerksieraden doen wegnemen en elders opsluiten, maar
hetgeen er nog was bezweek natuurlijk voor den ijver der brekers;
het sacramentshuis, het kruisbeeld en eenige altaarstukken en
heiligenbeelden werden vernield. Terwijl men hiermede nog bezig
was, traden eenigen van de overheid de kerk binnen, om te zien
of er nog iets gered kon worden, en tevens te weten, wie de schuldigen
waren. Zij vonden er onderscheidene hun bekende Hulstenaars, waarvan
de meesten later zijn gevonnisd, doch die ons nu minder belang
inboezemen, en ook den predikant
VAN
DER HEYDEN. Na de kerk van beelden gezuiverd te hebben, trok
men naar het klooster der Observanten, alwaar niet veel te breken
was, aangezien het klooster in den grooten brand van Juni 1562
mede in de asch was gelegd. Ik
neem hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid en begin inmiddels
te begrijpen hoe het komt dat er nog slechts één
familietak in de adelsboeken staat beschreven. De nazaten van
Arndt en Wendelina
Kanis. Zoo was de beeldstorm te Hulst afgeloopen. VAN
DER HEYDEN vertrok den volgenden dag (Dinsdag 27 Aug.) naar
het nabijgelegen Eecloo, alwaar men hem gevraagd had, een kind
te komen doopen, doch keerde reeds Woensdag avond terug, en nam
weder zijn intrek op de hoeve van JACOB HUYSSENS, dicht bij Hulst.
Daar komt de familie
van mijn voormalige echtgenote eveneens vandaan, naar ik mag aannemen.
Gelet op hun achternaam. Terwijl hij
nog in Eecloo was, kwamen er verscheidene sectarissen bij den
burgemeester van Hulst, om dezen de sleutels der kerk te vragen,
ten einde te vernielen wat er nog over mocht zijn, doch hij weigerde,
daar hij vernomen had, dat er een plakkaat tegen den beeldstorm
was uitgevaardigd. Ik
kan mij de reserve van mijn voormalige schoonmoeder Catharina van Gelder dus nu wel enigszins voorstellen,
nadat ik haar om de hand van haar dochter had gevraagd: "Ja,
ja. VAN DER HEYDEN".
EDINBURGH CASTLE
3
JANUARI 2000
Nadat hij den stadsschrijver
naar Gent had afgezonden, en deze met een afschrift van het plakkaat
was teruggekomen, werd dit des Woensdags avonds door een deurwaarder
in Hulst afgekondigd. Ik
heb Liesbeth inmiddels laten weten dat ik met
dat bedrijf geen zaken meer doe. Ze hebben ook nog een rondvaartbootonderneming
met een aanlegsteiger aan de Jan Steenstraat in Warmond. VAN DER HEYDEN
zond toen een paar zijner aanhangers met een brief naar de overheid,
waarin hij haar verzocht zijne predikatiën in de stad te
mogen voortzetten, doch deze weigerde, zich beroepende op het
plakkaat. Hij beproefde het echter toch, doch moest onverrichter
zake terugkeeren, daar de poorten voor hem gesloten bleven.
Dit geschiedde op St. Jan, Donderdag
den 29sten Augustus, gelijk wij vernemen uit de getuigenis van
den procureur HOLLEMAN, die gedwongen werd den tocht naar Hulst
mede te maken, doch door wiens toedoen de zaak in duigen viel,
daar hij ontvluchtte, eerder in de stad aankwam, en aan de overheid
kennis van het aanstaande bezoek kon geven, die toen aanstonds
de poort deed sluiten.
"Er waren",
zoo luidt zijn getuigenis, "dien dag,' s morghens omtrent
den zes uren, aan zijn huys gecomen omtrent 12 persoonen, hem
fortselynge uuten huuse haelende, dreigende den dept. ende zijne
huysvronwe met bussen te doorschieten, bedwingende den dept. mede
up den waghen te zitten, met huerl. predicant, om te verantwoorden
zijn aenzegghen. Ende werd de predt. alzoe naer Hulst geconvoyeerd
met veel volcx, rijdende alzoe tot omtrent der wijngaerde, zodat
hij dept. mits diversche arguatien, die hij jeghens den predt.
hadde, onderweghe was wel totten XI hueren; ende hebben de voorn.
persoonen dept. in zulcker wijs gedreicht, dat hij van vervaerthede
van den waghene spronc ende henl. Ontliep naer Hulste, denunciërende
de wet de compste van den voorn. predt. en zijne steerckte, zulcx
de poorten gesloten wierden, ende den predt niet inne en gerochte;
ende hij dept. is tsavonds uuterstede vertrocken, verzelschapt
met zeker officiers, bij de wet hem toegelaten". VAN VLOTEN,
Losse aanteekeningen, bl. 183.
VAN
DER HEYDEN begaf zich daarop
naar het dusgenoemde Malstede, waar hij predikte, en reisde naar
elders zonder Hulst meer te bezoeken. De roode ruiters onder BACKERZEELE,
den luitenant van den graaf VAN EGMONT, maakten in October 1566
aan de Gereformeerde godsdienstoefeningen in Axel, en in November
aan die te Hulst een einde, nadat er in eerstgenoemde plaats onlusten
ontstaan waren, ten gevolge van het in hechtenis nemen van eenige
beeldstormers, die door het volk uit de gevangenis waren bevrijd.
Volgens W. TE WATER was VAN
DER HEYDEN tot dien tijd in Axel gebleven, en vertrok hij
nu eerst van daar naar Antwerpen, omdat hij "wetende, dat
de Roomsche geestelijkheid, benevens alle de bittere Roomschgezinden,
gewoon waren den predikanten de schuld te geven van de beeldestoringe
en kerkplunderinge, het onweder zag opkomen, 't welk de Roomsch-
en Spaanschgezinden, op zijn hoofd zouden hebben pogen te doen
vallen." Hier rijst de vraag reeds boven geopperd: is dit
juist? Heeft waarlijk VAN
DER HEYDEN al dien tijd, dien TE WATER opgeeft, in Axel doorgebracht?
Ik geloof het te moeten betwijfelen. Stellig ontkennen kan men
het natuurlijk niet, daar wij niet weten, welke ons onbekende
bronnen voor de geschiedenis van Axel hem ten dienste stonden,
maar toch, wanneer wij het in de voor gaande bladzijden verhaalde
aangaande VAN DER HEYDEN'S
verblijf te Axel en Hulst nauwkeurig nagaan, dan komt het mij
voor, dat wij hier eerder te denken hebben aan eene van uit Antwerpen
ondernomen reis van een paar weken naar de verschillende steden
van Vlaanderen, met het doel om het Woord te prediken. Wanneer
wij opmerken hoe de beide preeken van VAN
DER HEYDEN op 25 Augustus ons worden gemeld, en daarbij vernemen
dat hij toen zijn "intrek genomen had" bij BERNARD VAN
DEINSE, dan rijst reeds het vermoeden bij ons op, dat hier de
eerste preeken van den leeraar te Axel worden beschreven, en niet
dat hij reeds een geruimen tijd vast predikant te Axel was. En
dit vermoeden verliest voorzeker niet aan waarschijnlijkheid,
ja ik zou zeggen, klimt bijna tot zekerheid, wanneer wij acht
geven op een brief, den 18den of 20sten Aug. door zekeren HANSKEN,
een zakkedrager die te Antwerpen woonde, geschreven, waarin deze
aan den Hulster schepen ANTHONY GEEROLF, die zelf ook verdacht
werd een aanhanger der nieuwe leer te zijn, meldde, "dat
ettelijke sectarissen met een predikant naar Axel en Hulst. zouden
komen, om daar te preeken en hun godedienst te plegen." Wie
anders dan G. VAN DER HEYDEN kan met
dezen predikant bedoeld zijn, die zich dus blijkens dezen brief,
den 20sten Aug. nog te Antwerpen bevond. Wij mogen dus met voldoende
zekerheid vaststellen, dat VAN
DER HEYDEN eerst tusschen den 20sten en 23sten Aug. uit Antwerpen
naar Axel is vertrokken. Of hij, nadat hem de prediking in Hulst
geweigerd was, naar Axel teruggekeerd en daar gebleven is, totdat
de Roo-ruiters van Backerzeele hem kwamen verjagen, kunnen wij,
daar ons de noodige bescheiden ontbreken, natuurlijk niet beslist
ontkennen, maar het komt mij toch eenigzins onwaarschijnlijk voor,
daar wij anders licht van hem zouden hooren bij gelegenheid van
de Axelsche onlusten. Bovendien, TE WATER laat VAN
DER HEYDEN uit Axel vertrekken, "omdat eenige
inwoonders van die stad, geholpen door sommigen van Hulst, begonnen
waren de beelden te vernielen, en hij beducht was dat men hem
daarvan de schuld zou geven." TE WATER schijnt gemeend te
hebben dat deze beeldstorm slechts korten tijd aan de Axelsche
onlusten is voorafgegaan, die, gelijk hij zelf terecht aangeeft,
in October plaats hadden, en daardoor tot de gedachte te zijn
gekomen, dat VAN DER HEYDEN tot October
in Axel is gebleven.
Naarmate ik dit
verhaal verplaats naar de actualiteit van vandaag wordt het belang
hiervan mij meer en meer duidelijk. Met name nu ik gisteravond
op de televisie enkele beelden heb waargenomen van de Europese
Top over de Balkan. Onze
Minister-President
werd daarin benaderd door de nieuwe president van Joegoslavië,
de heer Kostunica. De
heer Kok liet hem
hierbij fijntjes weten dat hij voor zijn land zeer zeker een nieuw
perspectief ziet op lange termijn. Hij liet er daarbij geen twijfel
over bestaan dat dat wel een proces gaat worden van zeer lange
tijd. Dat is logisch. Vervolgens verontschuldigde hij zich om
nog even van gedachten te kunnen wisselen met Tony
Blair. Het proefschrift
van Dr. van Lennep beoordeel ik derhalve van uitermate grote importantie.
Uit zijn studie blijkt dat GASPAR
VAN DER HEYDEN eveneens een belangrijke naamsbekendheid
had opgebouwd in het Verenigd
Koninkrijk. Een
studie in het Engels is daaromtrent geschreven door een schrijver
met de naam MOTLEY met de titel 'The Rise of the Dutch Republic'. Ik ga er derhalve vanuit dat deze thematiek op
zeer korte termijn deel zal gaan uitmaken van de huidige wereldpolitiek
en daarbij een allesoverheersende invloed zal gaan uitoefenen
binnen het integratieproces dat thans binnen de Europese Unie
plaatsvindt. Voor het geval dat nog niet zo zou zijn. Dienaangaande
heb ik tot op heden nog te weining inhoudelijke feedback op mijn
initiatieven ontvangen. Wat is nu exact de relatie tussen DIANA SPENCER, VAN DER HEYDEN en DE PRINS VAN ORANJE? Dat vraagt men zich hier inmiddels
af. Welnu. Dr. VAN LENNEP begint daarover zijn verhaal op 26 augustus 1566. Na zijne reis door Vlaanderen te hebben volbracht,
keerde VAN DER HEYDEN
naar Antwerpen terug. Daar had men sedert den beeldstorm niet
stil gezeten. De
Prins was den 26sten Augustus in de stad gekomen en trachtte
nu door wijze schikkingen, die naar de meening der Landvoogdes
echter veel te toegevend voor de Protestanten waren, de rust te
herstellen. De predikanten hadden om het gebruik van eenige kerken
gevraagd; dit werd hun niet toegestaan, maar wel werden hun eenige
plaatsen aangewezen buiten de stad, waar zij hunne godsdienstoefeningen
mochten plegen, nl. in den raamhof van PAULUS VAN GEMERT, achter
het klooster op de Paardenmarkt, in den raamhof van den heer VAN
LIEDEKERKE op den Wapper, en op den bleekhof in de Gasthuisbeemden,
bij de Schuttershoven. Spoedig daarop deden de Gereformeerden
nu ook uit de hun toegewezen plaatsen eene keus, en begonnen er
hunne kerken te bonwen. De Waalsche gemeente onder JEAN TAFFIN,
had een stuk gronds gekocht op den Wapper en legde den 24sten
September het fondament voor eene kerk, die "de Ronde"
genoemd werd, "want dese kercke was heel ront, gelijk den
tempel van SALOMON." De Nederlandsche Gereformeerden bouwden
eene kerk op de Mollekensraam in de Gasthuisbeemden, waarvan door
den predikant IJSBRAND BALCK of TRABIUS de eerste steen gelegd
werd. Deze was langwerpig van vorm, en werd in onderscheiding
van de andere, de "Lange kerk" genoemd. Terwijl men
aan den bouw dezer kerken bezig was, kwam er een bevel der Regeering,
om het werk te staken, doch de ijver werd er slechts door verdubbeld,
zoodat men zelfs onder de gravers en de kalk- en steendragers,
deftige burgers en aanzienlijke vrouwen zag, terwijl velen, ook
uit andere plaatsen, haar geld en juweelen er aan ten offer brachten.
Nadat deze beide kerken voltooid waren, bemerkte men dat men nog
veel plaats te kort kwam, zóó groot was de toevloed
der hoorders. Eene derde kerk te bouwen was niet geraden; men
was bevreesd, nogmaals onaangenaamheden met de Regeering te krijgen,
die dan misschien hare vroegere goedgunstige beschikkingen zou
kunnen intrekken. Daarom vergenoegde men zich een koestal, die
in vroegere jaren reeds herhaalde malen tot godsdienstige bijeenkomsten
was gebruikt geweest, wederom tot dat doel in te richten. Zij
kreeg den naam van "de oude Koekerk." In drie maanden
waren de kerken gereed en op Maandag na Kerstmis werd in "de
Lange" door IJSBRAND BALCK de eerste predikatie gedaan en
het nachtmaal onder beide gedaanten uitgereikt. In deze en in
de Koekerk heeft dus waarschijnllijk ook VAN
DER HEYDEN gepredikt. De verhouding tusschen Lutherschen en
Gereformeerden was toen reeds niet vriendschappelijk, en later
werd ze al meer en meer gespannen, totdat zij in Maart van het
volgend jaar gewapend tegenover elkander stonden. Eene vereeniging
dezer beide gezindten werd door velen ernstig begeerd, o. a. door
den Prins en Graaf
LODEWIJK
VAN NASSAU, die zeer gaarne gezien hadden dat de Calvinisten
de Augsburgsche confessie aannamen, op welke voorwaarde alleen
men hulp van de Duitsche vorsten zou kunnen verkrijgen. Doch deze
vereeniging kwam niet tot stand, en wel voornamelijk door het
verschil aangande het Avondmaal, het groote "schibboleth"
dier dagen. Spoedig zou
VAN
DER HEYDEN zelf in dien strijd gewikkeld worden.In Amsterdam
had zich langzamerhand, vooral door de onvermoeide zorg van de
predikanten PETER GABRIEL en JAN ARENTSZOON, eene Gereformeerde
gemeente gevormd, en zij hadden het zoover weten te brengen, dat
hun door de regeering eene kerk (de tegenwoordige Oude Kerk) werd
afgestaan, om hunne godsdienstoefeningen aldaar te houden. Dit
behaagde den Lutherschen (waaronder zich vele rijke en aanzienlijke
kooplieden bevonden) niet, en om den verderen voortgang der Gereformeerde
religie te stuiten, zochten zij overal te verspreiden, dat de
Calvinisten in het leerstuk des Avondmaals niet zuiver waren,
daar hun gevoelen daaromtrent streed met de Augsburgsche confessie.
Nam men die aan, zoo kon men op de hulp der Duitsche vorsten rekenen,
terwijl deze in het tegenovergestelde geval, verbeurd was.1. Om
den twist, waarin zich ook reeds de Regeering gemengd had, niet
heviger te doen worden, besloten de Gereformeerden door zachtheid
en inschikkelijkheid daaraan een einde te maken. De predikant
JAN ARENTSZOON las op een Zondag-morgen van den kansel het 10de
en 13de Art. der Augsburgsche confessie, (die over het Avondmaal
handelen) aan de verzamelde gemeente voor, en gaf daarbij de verzekering,
dat de Gereformeerden met het daarin geleerde ten volle instemden.
Om den vrede te bewaren was het geschied, maar algemeen werd de
zaak afgekeurd, en de Antwerpsche gemeente, waar, gelijk wij zagen
de verhouding tusschen Calvinisten en Lutherschen juist in dien
tijd zeer gespannen was, zag in het te Amsterdam voorgevallene
hoog verraad tegen het Gereformeerde beginsel, en besloot de zustergemeente
in het Noorden tot herroepen dier ondoordachte woorden te noodzaken.
Tot dat einde werd GASPAR
VAN DER HEYDEN met twee ouderlingen in November 1566 naar
Amsterdam gezonden. Dat
bleek toen dus al noodzakelijk. De geschiedenis herhaalt zich
dus voortdurend. Zo schreef ik zes jaar geleden in dat verband
nog het volgende Sinterklaasgedicht:
AAN:
JAAP PENDERS
VAN: DE SCHUTSPATROON
VAN
AMSTERDAM
Maarn-Maarsbergen, 6 december
1994
Beste Jaap
Een Amsterdammer te wezen
Een Amsterdammer te zijn
Daar kun je trots op wezen
Ja dat is echt reuze fijn
Dit boek is een recente historie
Uit Amsterdams roemruchte tijd
Van Northolt, Van Thijn en van Vrakking
Ik denk dat je ze niet benijdt
Ze hebben veel "japen"
gekregen
En stonden ook zelfs voor aap
Maar ook Amsterdammers die leren
Als ze gewekt worden uit hun slaap
Aan de Amsterdamse grachten
Heeft Sint altijd ook zijn hartje verpand
Maar hij kon niet lang meer wachten
Tot het rustig werd in het land
Al die criminele mensen
Al die dealers 's avonds laat op het plein
Niemand kon zich beter wensen
Niet in Mokum behoeven te zijn
Politie, justitie en IRT
Die zaten er behoorlijk mee
Ze zaten nog niet op één lijn
Dat vonden ze kennelijk niet fijn
Dit zal je hartzeer doen mijn
Jaap
Je bent trots op je vaderstad
Van Ajax, van Cruijff en van Rembrandt van Rhijn
Daarin zat wel even de klad
De neuzen die staan weer gauw
in de wind
Het carrillon kan dan weer gaan spelen
Politie is straks meer eensgezind
Veel wiet is er niet meer te verdelen
Vandaag krijgt Winnie het nog
voor haar kiezen
Want Vrakking
die is weer in touw
Er valt echter niet veel meer te verliezen
Zij is een zorgvuldige vrouw
Een gezond Amsterdam, een beter
milieu
De handen weer uit de mouwen
Een stad van progressie, van welvaart en eer
Daaraan moeten wij weer gaan bouwen
Weer trots, als bij 'Sail', de
wind in de zeilen
Van Vondel de Gijsbrecht herhalen
Zoals nu ook Ajax, jouw roemruchte club,
BERLUSCONI
het gelach laat betalen
Zo zal het hemelse gerecht
Zich ook ten langen leste
Ontfermen over Schelto Patijn
En zijn benauwde veste
Geen crimineel voelt zich straks
nog vertrouwd
In jouw prachtige vaderstad
Dan lopen we veilig weer langs de gracht
Het mooiste zit nog in het vat
Wellicht ben jij straks ook een
van die mensen
Die bijdraagt aan 't morele gewin
In Lionsverband krijg jij, beste Jaap,
Daaromtrent zeker je zin
Wij vinden het prettig jou hier
te ervaren
Als een serieus nieuw denkend lid
En hopen dat jij hier nog vele jaren
Tot volle tevredenheid zit
Sint Nicolaas
P.S.
De tijden zijn over van Jaap van
der Heijden
Zie bladzijde tweehonderd twee
Die man was niet zo zeer te benijden
Jaap Penders,
blijf jij maar tevree!
Die boodschap
is daar klaarblijkelijk wel overgekomen naar ik heb mogen opmaken
uit de beelden van het NOS-journaal van hedennacht. Ons aller Philip
Freriks liet daarbij
de beelden zien van de politiemacht van 500 man waarover de Telegraaf
vandaag alsvolgt meldt: Massale
politieactie in Amsterdam. door Tjerk de Vries
Ik begin steeds meer
sympathie op te vatten voor die familienaam. Met mijn collega Leo de Vries van het voormalige NIOW-Talen kon ik overigens ook goed overweg
voordat er een conflict ontstond in het bedrijf. In dit verband zond ik zojuist (17.48)
de volgende email aan
Lambert
van Bodegom van
Eurolinguïst in Hotel Sionshof, dat inmiddels zijn eigendom
is. Beste Lambert, Vanuit Spanje
een hartelijke groet. Op 1
september 1998 ben ik nog even bij je langs geweest. Je was
toen in Parijs.
Met veel succes, hoop ik. Ik hoop dat je een rol voor mij kunt
vervullen binnen het kader van de uitvoering van het businessplan
Instituto Cervantes Benelux. Bij voorkeur op De
Engelenburg te Brummen. Zij zijn dienaangaande al van mijn
voornemens op de hoogte (De heer Ton
de Lange). De 'Rosetta
Stone' is inzetbaar in het kader van
het Totaalplan Cervantes,
dat nu reeds als 'Het
Project van de Eeuw' is aangeduid. Eerder
al. Paul Karis
kan je wel vertellen waar de vertraging door is ontstaan. Ik heb
bij voorkeur ook een systeem zoals jij me ooit hebt laten zien
onder het genot van een Bossche Bol. Uitsluitend dus het saldo
van de dag bekijken via E-commerce. Op de
Baak in Noordwijk heb ik in dat verband een interessante workshop
bijgewoond tijdens hun 40-jarig bestaan. Ik moest vandaag eigenlijk
aan je denken vanwege de beelden die ik vannacht van Philip
Freriks heb gezien tijdens de opruimacties in de Nederlandse
Hoofdstad van het tuig dat direct omgesmolten kan worden bij Hoogovens
in IJmuiden, zoals mijn vermoedelijke voorvader Gaspar
van der Heyden dat al in de zestiende eeuw heeft verkondigd.
Dat neemt niet weg dat er binnen het kader van het Instituto
Cervantes Benelux
nog intensieve taalcursussen Spaans
georganiseerd moeten worden. Mijn bedrijf heeft inmiddels zijn
naamsbekend verworven bij de vorstenhuizen van Nederland,
België,
Luxemburg,
Spanje en
het Verenigd Koninkrijk,
waar nog een vacature is sinds 31
augustus 1997. Dat is dus de doelgroep. Dat kan 'Eurolinguïst' wel doen, maar dan graag onder mijn label. Dat
heb ik jouw moeder Marry enige jaren geleden al laten weten.
Ook de huidige president van
de Verenigde Staten
alsmede de regeringsleiders van Nederland,
Spanje
en het Verenigd
Koninkrijk heb ik van mijn plannen op de hoogte gesteld. Het
is daarom een goede zaak dat jouw moeder een goede relatie heeft
opgebouwd in de VS.
Zo kunnen we tot een aardige samenwerking geraken in goed teamverband.
Het wordt nu wel zaak dat we goed geld gaan verdienen. Zodra we
de krachten bundelen is succes absoluut verzekerd. Daar ben ik
van overtuigd. Groeten aan jouw ouders en aan Marjolein. Zet de Rosetta Stone
ook maar even op het 'net' als je wilt. Je bent zo vriendelijk
geweest om mij indertijd een exemplaar op CD te verstrekken. Die
ligt echter nog in Nijmegen. Ik vind het wel aardig om hier in
Spanje
eens te zien hoe het werkt. Enige tijd geleden heb ik daarover
in de trein naar Elst ook al eens gesproken met een collega van
jou. Ik was toen onderweg naar de sauna De
Lingetuin, nog bekend uit het verhaal van The
Dragon Vision Wizard of Oss. Ik heb hem (The Wizard) met nieuwjaar
nog getroffen in Drysburgh
Abbey in Schotland. In April
1997 eveneens in Warwick
Castle, samen met mijn ontvoerde en dientengevolge in Parijs verongelukte
Britse partner.
Hartelijke Groeten, John Van der Heyden. Philip
Freriks is mij overigens
nog bekend van het Taalcongres
in Amsterdam, o.l.v.
mijn voormalige 'slaapje' Prof.
Dr. Gerard Westhoff.
Gerard is een bekende van mij vanuit de
eerste nascholingscursus voor docenten Spaans in Han-sûr-Lesse in België. Hij presenteerde daar een lezing
met de titel Fietsen
door een tekst. Lambert
van Bodegom heb
ik nog een berichtje nagezonden met de mededeling dat ik aan jou
rapporteer. Ook heb ik het antwoordapparaat van de heer Frans
van Bodegom aan de lijn gehad in verband met Reunion 7. Het demonstratiepakket ziet er goed uit. Het kan
hele volksstammen bevatten. Dus binnenkort heeft men in de VS geen president meer nodig. Uitsluitend
nog een hooggerechtshof. Florida valt waarschijnlijk uit de boot
zodra de rest van de VS bij North-America wordt ingelijfd
(Canada en overige staten rond Michigan. Wat doet Jan
Kalff vandaag de
dag?). Dan is er voor William heel
wat werk te verzetten waar zijn
moeder een begin
mee heeft gemaakt. Men zit in de VS immers zeer verlegen om de Royalty.
Dat is mij de laatste tijd wel duidelijk geworden.
Hooggerechtshof VS behandelt
beroep Bush Een vreemde zaak. Stopzetten wegens tijdgebrek.
Ik zou bij tijdgebrek juist harder aan de slag gaan. Ik heb
de indruk dat Willem-Alexander die computer bij SARA op het juiste
moment in gebruik heeft genomen. Ik ga derhalve wederom over tot
de beschrijving van de relatie tussen VAN DER HEYDEN en de PRINS VAN
ORANJE. BRANDT, die ons het verhaal van deze zending bewaard
heeft, beschuldigt daarin VAN
DER HEYDEN van groote hardheid jegens de Amsterdamsche gemeente,
zoo zelfs, dat hij haar met excommunicatie dreigde. "Ten
slotte" aldus eindigt zijn verhaal, "werd goedgevonden,
dat die van Amsterdam hunne verantwoording in besloote brieven,
aan de gemeente tot Antwerpen, door deze gemaghtigden souden oversenden,
en daerbij bleef 't: want in 't korte viel de Hartogh van ALBA
hun beide met een Spaensche excommunicatie op 't lijf. Toen kreegh
elk soo veel met sich selven te doen, dat de lust om broederen
te quellen, wel deegelijk verging." Nu begrijp ik dit:
En dit
Vandaar dat ik
de Spaanse gastvrijheid thans bijzonder op prijs stel. Vanmiddag
werd mij al een Hondtje aangeboden door een vriendelijke
mevrouw uit La Colina. Het lijkt mij echter wel zaak
dat binnenkort ook een beschildering van dit tunneltje verschijnt
met de vlag van de Europese Unie.
Dat heb ik de
verkoper van onderstaande foto ook al laten weten op 30
april 1997 in Oxford
Street te Londen.
De naam Sara is in dit verband
goed gekozen door het Universitair Computercentrum in Amsterdam
in verband met de voetnoot op blz. 62 van Van Lenneps verhaal.
'Sara' weet immers waar Abraham de Mostert haalt: Bij de Neude
om de hoek. Bovendien schreef Van Lennep: Vergelijk wat hij (BRANDT. - Zie mijn verslag
van Prinsjesdag 1996
- Historie der Reformatie) schrijft
in het bovenvermeld werk, bl. 453. "Dewijl nu BRANDT de eenige
is van alle de schrijvers, die aan GASPAR
VAN DER HEYDEN, hardigheit, hevigheit en heerschzugt toeschrijven,
is het te denken dat hij daartoe vervallen is door zijne gewone
wraakzucht om alle, die omtrent de Remonstranten niet verdraagzaam
zijn geweest, maar van welken zij achten beledigt te zijn, 't
zij door hen zelven, 't zij door hunne nabestaanden en nakomelingen,
wel vinnig door te strijken, en bij alle gelegenheden ten toon
te stellen als menschen van ene harde, scherpe en moeilijke gesteltenisse."
"Nu is 't bekent, dat
KASPAR
VAN DER HEYDEN, Predikant te Amsterdam en zoon van onzen KASPAR VAN DER HEYDEN,
de jeugdige drift van den Remonstrantschen Hoogleeraar SIMON EPISCOPIUS
heeft beteugelt, toen hij als getuige met het kindt zijns broeders
ten doop komende, dien Predikant in de Kerke tegensprak en hem
opentlijk voor de gehele gemeente heeft vermaand en bestraft;
't welk den Remonstranten, die het verkeerdelijk voor ene belediginge
hielden zo bitter smerte, dat zij dien braven Leeraar deswegens
in gedrukte schriften, bij zijn leven en na zijnen doot dikwerf
hebben gelastert. Dog 's mans beroemde zoon ABRAHAM
VAN DER HEYDEN heeft zijns vaders behandelinge omtrent EPISCOPIUS
met vele nadruklijke bewijzen als rechtmatig verdedigt, in de
voorrede van zijn onwederleglijk boek de Causa Dei." "Schoon
nu BRANDT waarschijnlijk daarvan niet onkundig zal zijn geweest,
heeft hij egter, volgens de regels zijner verdraagzaamheit niet
willen nalaten den Amsteldamschen Predikant VAN
DER HEYDEN, voor den gewaanden hoon aan EPISCOPIUS gedaan,
en den Leidtschen hoogleeraar
VAN
DER HEYDEN, voor zijne, tot nog toe onbeantwoorde wederlegginge
van EPISCOPIUS dwalingen te betalen, door hunnen lofwaardigen
Vader en Grootvader, zo lang na zijnen doot te hoonen en te beschimpen
en dus den weg te banen tot verdediging van EPISCOPIUS en der
Remonstranten, tot welk einde zijne gehele Historie der Reformatie
enkel geschreven en geschikt is." Zo heeft Thom
de Graaf vorige
week tijdens het congres van D66 nog betoogt dat hij de diplomatieke
betrekkingen met het Vaticaan wenst te verbreken onder het motto:
"Wij hebben geen behoefte aan heilige huisjes. Zelfs niet
van de paus." Nu stel ik het wel op prijs dat hij zich na
onze korte ontmoeting van 7
oktober j.l. klaarblijkelijk
enigszins in Heydanus heeft verplaatst, maar hier in
Spanje is men nogal gevoelig voor dit
soort opmerkingen.
Zo stringent
zijn Wij immers ook nooit geweest. W.
TE WATER vat dadelijk vuur bij deze woorden van BRANDT, dien hij
beschuldigt, van uit voorliefde voor de Remonstranten, eenen Gereformeerden
leeraar te willen zwart maken en belasteren, en hij tracht VAN DER HEYDEN geheel en
al van dezen blaam van hardheid en onverdraagzaamheid te zuiveren,
door er op te wijzen dat niemand vóór BRANDT hem
daarvan ooit heeft beschuldigd. Wat betreft de bedreiging van
excommunicatie, deze acht hij daarom onmogelijk, omdat VAN
DER HEYDEN zelf, als voorzitter der synode te Emden (gelijk
wij later zullen zien), het eerste artikel dier synode heeft helpen
ontwerpen en bekrachtigen, hetwelk aldus luidt: "Gheen kercke
sal over een ander kercke, gheen dienaer des woorts, gheen ouderling
noch diakon, sal de een ouer de ander heerschappije voeren, maer
een yegelyck sal hem voer alle suspiciën ende aenlokkinghe
om te heerschappijen,wachten." Hier laat ik het even bij voor vandaag.
Het EERSTE
PAARSE KABINET van het KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN.
Voorste rij van links naar rechts Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen JO
RITZEN, Minister
van Buitenlandse zaken HANS
VAN MIERLO, Minister-President
WIM
KOK, Oprichter Instituto
Cervantes JOHN
VAN DER HEYDEN,
Minister van Binnenlandse Zaken en Vice Premier HANS DIJKSTAL, Minister van Justitie WINNIE
SORGDRAGER, Minister
van Financiën GERRIT
ZALM. Achterste
rij van links naar rechts Minister van Volksgezondheid en Sport
ELS
BORST, Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij JOZIAS VAN AARTSEN, Minister van Verkeer en Waterstaat
ANNEMARIE
JORRITSMA, Minister
van Defensie JORIS
VOORHOEVE, Minister
van Economische Zaken HANS
WIJERS, Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AD MELKERT en Minister van Ontwikkelingswerk
JAN
PRONK.
QUESTION
28 - DE PROEF OP DE SOM
Instituto Cervantes is legally registered at the Benelux Trade
Registrar under
deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings
and courses and is a tradename of the Foundation
Cervantes Benelux
in Utrecht, registered under number 41211928 of the Chamber of
Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes Holding
is a member of the Baak-kring
Management Centre VNO-NCW.
Photograph ENGELENBURG
CASTLE, KINGDOM
OF THE NETHERLANDS.
Instituto Cervantes está legalmente depositado como marca
comercial en el
registro de marcas del Benelux-Bureau
voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277
y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos
y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes
Benelux en Utrecht,
inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios
en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House Cardiff. Cervantes
Holding es miembro
del Baak-kring
Centro de Gestión
Empresarial del Patronal del Reino de los Países Bajos
VNO-NCW.
Foto arriba CASTILLO ENGELENBURG
EN BRUMMEN.
Instituto Cervantes is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux
Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse
41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam
van de Stichting
Cervantes Benelux
te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer
van Koophandel te Amsterdam
(IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes
Holding is lid van
de Baak-kring, Management Centre VNO-NCW.
La Corona de
la Casa
Real Española
sirve de símbolo de unidad de nuestros países y
muestra la Lealtad Histórica
como expresada en el himno nacional de los Países Bajos.
More information
at the website of Amazon.com, Wal-Mart and Trafford
Publishing Canada.
VANAF 16
OKTOBER 2004 HEEFT
DE OPRICHTER VAN DE STICHTING
CERVANTES BENELUX,
EIGENAAR VAN HET HANDELSMERK
INSTITUTO CERVANTES
IN DE BENELUX EN DE LIMITED
COMPANY INSTITUTO CERVANTES ENGLAND AND WALES - OP STRAFFE VAN EEN DWANGSOM -
EENIEDER WAAR OOK TER WERELD - VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN DE
BEELTENIS VAN ZIJN OP 31
AUGUSTUS 1997 TIJDENS
EEN ONTVOERINGSPOGING OM
HET LEVEN GEKOMEN PARTNER,
TENZIJ DIT BINNEN HET KADER VAN DE DOOR HEM VERSTREKTE VOLMACHTEN NADRUKKELIJK IS OVEREENGEKOMEN.
THE WORK CONTINUES
© J.L. VAN
DER HEYDEN TORREMOLINOS
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN